Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW1761

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
11-4172 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een wasmachine. Geen noodzaak voor de aanschaf van een wasmachine. Appellant woont in een wooncomplex waar hij gebruik kan maken van de wasvoorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/4172 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 7 juli 2011, 11/160 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (college)

Datum uitspraak: 27 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadien per fax nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 januari 2012. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J. van den Heuvel.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft op 28 november 2010 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten van een wasmachine. Bij besluit van 30 november 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 17 januari 2011 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. De besluitvorming berust op de overweging dat de noodzaak voor de aanschaf van een wasmachine niet aanwezig is omdat appellant gebruik kan maken van de wasvoorziening in zijn wooncomplex.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - voor zover van belang - het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen dat appellant voor het gebruik van de wasmachine en droger servicekosten betaalt waarmee hij recht heeft op het gebruik van de wasmachine en droger. Niet valt in te zien waarom het voor hem noodzakelijk zou zijn om een wasmachine aan te schaffen.

3. In hoger beroep heeft appellant de aangevallen uitspraak bestreden. Appellant heeft aangevoerd dat uit de huurovereenkomst niet is af te leiden hetgeen Stichting Woonzorg Nederland (Woonzorg) heeft verklaard namelijk dat de afschrijving van de wasmachine wordt verrekend in de servicekosten. Ter onderbouwing van zijn stelling overlegt appellant een vonnis van de kantonrechter van 10 augustus 2011, zaak- en rolnummer 347650, 10-6405 (vonnis). Tevens verzoekt appellant om vergoeding van de wettelijke rente.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling waarbij hij verwijst naar de aangevallen uitspraak voor de van belang zijnde wettelijke bepalingen.

4.1. In geschil is de vraag of de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd noodzakelijk zijn.

4.2. Vaststaat dat in het wooncomplex waar appellant woont een wasmachine en droger aanwezig zijn. Het college heeft de aanschaf van de wasmachine niet noodzakelijk geacht nu uit een brief van 13 mei 2011 van Woonzorg blijkt dat in het wooncomplex een wasmachine beschikbaar is voor gezamenlijk gebruik. Voor het gebruik van de wasmachine heeft appellant muntjes nodig die te verkrijgen zijn bij de bewonerscommissie. Bij de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar heeft appellant gesteld dat uit de huurovereenkomst met Woonzorg blijkt dat de huurders kunnen beschikken over het gebruik van de wasmachine. De kantonrechter heeft bij zijn vonnis geoordeeld dat appellant heeft verzuimd een huurovereenkomst in het geding te brengen waaruit blijkt dat Woonzorg verplicht is om een wasmachine beschikbaar te stellen. De vordering van appellant is om deze reden afgewezen.

4.3. Nu appellant en Woonzorg zich beiden op het standpunt stellen dat Woonzorg het gebruik van een wasmachine aan appellant ter beschikking moet stellen, kon het college de aanvraag afwijzen op de grond dat de noodzaak voor de aanschaf van een wasmachine ontbreekt. Dat hij voor het gebruik van de wasmachine op het wooncomplex muntjes nodig heeft die Woonzorg hem moet geven, maak dit niet anders. Daaraan doet verder niet af dat de kantonrechter de vordering van appellant heeft afgewezen. Uit dat vonnis volgt immers niet dat appellant geen recht heeft op gebruik van een wasmachine.

4.4. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.

4.5. Gelet op de uitkomst van dit geding is er geen ruimte voor veroordeling van het college tot schadevergoeding. Het verzoek daartoe dient dan ook te worden afgewezen.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2012.

(get.) O.L.H.W.I. Korte.

(get.) J.M. Tason Avila.

HD