Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW0394

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
30-03-2012
Zaaknummer
11-3007 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen aanleiding te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen. Voldoende arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3007 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 april 2011, 10/1236

(aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 28 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L.I. Olivier, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Olivier. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. R. Spanjer.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is op 12 november 2007 uitgevallen voor haar werk als management en sales support voor 40 uur per week vanwege psychische klachten na een arbeidsconflict.

1.2. Bij besluit op bezwaar van 6 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen het besluit van het Uwv van

6 november 2009, waarbij is vastgesteld dat voor appelante met ingang van

9 november 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante op 9 november 2009 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid - welke beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 3 augustus 2010 - maar dat zij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de bezwaararbeidsdeskundige geselecteerde functies. Vergelijking van de loonwaarde van de middelste van de eerste drie geselecteerde functies met het voor appellante geldende maatmaninkomen resulteert volgens het Uwv in een mate van arbeidsongeschiktheid op 9 november 2009 van minder dan 35%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gezien om de eindconclusies van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken. Daarbij heeft de rechtbank van belang geacht dat informatie van de behandelend psychiater

J.W.L. Schreuder uitdrukkelijk en in voldoende mate in de beoordeling is meegenomen. De rechtbank is voorts niet gebleken dat de klachten van appellante en daarbij behorende beperkingen, zoals beschreven in de FML van 3 augustus 2010, zijn onderschat. De rechtbank merkt daarbij op dat bij de vaststelling van de beperkingen rekening is gehouden met de verhoogde kwetsbaarheid van de persoonlijkheid en de minder optimale innerlijke regelfunctie van appellante. Uitgaande van de juistheid van eerder genoemde FML heeft de rechtbank voorts geoordeeld dat de door de bezwaararbeidsdeskundige geduide functies de belastbaarheid van appellante niet te boven gaan, zodat deze functies voor appellante terecht geschikt zijn geacht. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat, nu appellante met het verrichten van de geselecteerde functies een verlies aan verdienvermogen van minder dan 35% ondervindt, het Uwv appellante terecht met ingang van 9 november 2009 geweigerd heeft.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd met verwijzing naar de in beroep aangevoerde gronden. Appellante stelt zich op het standpunt, dat de bezwaarverzekeringsarts volledig voorbij gegaan is aan de ernst van haar psychische klachten en haar psychische beperkingen heeft onderschat. Appellante verwijst, ter onderbouwing van dit standpunt, naar de brieven van psychiater Schreuder van 12 juli 2010 en de in hoger beroep overgelegde brief van deze psychiater van

15 januari 2012. Appellante had op de datum in geding naar haar oordeel geen duurzaam benutbare mogelijkheden. Tot slot verzoekt appellante de Raad een deskundige in te schakelen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsartsen van het Uwv zorgvuldig is geweest. De Raad ziet, evenals de rechtbank, geen aanleiding te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen, zoals vastgelegd in de FML van 3 augustus 2010.

4.2. Appellante is ter voorbereiding van het bestreden besluit door een bezwaarverzekeringsarts van het Uwv gezien op 14 juni 2010. De bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts zijn neergelegd in een rapport van 3 augustus 2010. Bij de beoordeling van de belastbaarheid van appellante heeft de bezwaarverzekeringsarts kennis genomen van de zich reeds in het dossier bevindende medische gegevens, waaronder brieven van psychiater Schreuder van 23 november 2008 en

26 december 2009. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts kennis genomen van, op zijn verzoek, door psychiater Schreuder overgelegde informatie van 12 juli 2010. De bezwaarverzekeringsarts komt tot de conclusie dat het vaststellen van de juiste beperkingen in gevallen zoals appellante geen eenvoudige taak is aangezien het klachtenpatroon multifactorieel bepaald is en beïnvloed is, dan wel wordt. De door de behandelend psychiater gestelde diagnosen sluiten passende arbeid naar het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts echter niet uit.

4.3. Het door appellante ingenomen standpunt dat zij op de datum in geding geen duurzaam benutbare mogelijkheden had om arbeid te verrichten volgt de Raad niet nu appellante niet voldoet aan de hiervoor geldende criteria zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Schattingsbesluit.

4.4. Gezien de specifieke deskundigheid van de (bezwaar)verzekeringsarts om op basis van medisch objectiveerbare klachten de beperkingen van de betrokkene, op zowel fysiek als psychisch gebied, vast te stellen en de wijze waarop de bezwaarverzekeringsarts in onderhavige zaak zijn conclusies betreffende de belastbaarheid van appellante heeft toegelicht, ziet de Raad geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid hiervan. Daarbij is van belang dat deze arts gemotiveerd aanleiding heeft gezien om de FML, opgesteld door de primaire verzekeringsarts, aan te scherpen. Hierbij is, zo blijkt ook uit de toelichtingen, met name rekening gehouden met de bij appellante op de datum in geding door de behandelend psychiater gediagnosticeerde psychopathologie. Voorts is door appellante het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts, verwoord in zijn rapport van

2 februari 2012 en opgesteld in reactie op een brief van psychiater Schreuder van

15 januari 2012, niet weersproken. Ook de Raad ziet geen aanleiding om het gemotiveerde standpunt van de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden.

4.5. Gelet op het vorenstaande is er geen reden een medisch deskundige te benoemen.

4.6. Op basis van de beschikbare medische gegevens en de door de bezwaararbeidskundige gegeven toelichting op de in de resultaat functiebeoordeling voorkomende signaleringen is inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd dat appellante op 9 november 2009 op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten in staat moet worden geacht de door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies te vervullen en met die functies ten minste 65% van haar maatmaninkomen te verdienen.

4.7. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.6 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) K.E. Haan.

TM