Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW0260

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
29-03-2012
Zaaknummer
10/3952 ZW + 11/6217 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen reactie op nieuwe beslissing op bezwaar. Het besluit dat is genomen hangende het hoger beroep wordt aangemerkt als een nieuw besluit op het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar, dat het door de rechtbank beoordeelde besluit vervangt. Vernietiging aangevallen uitspraak. Nu het nieuwe besluit niet geheel tegemoet komt aan appellant, maakt dit besluit, deel uit van het geding. Nu appellant niet heeft gereageerd op het nieuwe besluit en hetgeen hij in hoger beroep heeft aangevoerd niet kan leiden tot vernietiging van dat besluit wordt het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/3952 ZW

11/6217 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 juli 2010, 09/3814 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 28 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft op 17 oktober 2011 een nieuw besluit genomen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is van 1 januari 2007 tot 1 januari 2009 in dienst geweest van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van de gemeente Amsterdam. Hij was ziek met ingang van 1 oktober 2008. Op 29 januari 2009 heeft DWI bij het Uwv gemeld dat appellant op 1 januari 2009 ziek uit dienst is gegaan. Met ingang van 1 januari 2009 is appellant op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar in dienst getreden van Pantar.

1.2. Naar aanleiding van de aangifte bij het Uwv dat appellant ziek was is appellant uitgenodigd voor een gesprek met een re-integratiebegeleider op 19 februari 2009. Omdat appellant niet op die afspraak is verschenen heeft het Uwv bij besluit van 19 maart 2009 bij wijze van maatregel appellant een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) blijvend geheel geweigerd met ingang van 1 oktober 2008. Dit besluit is, na bezwaar, bij besluit van 17 juli 2009 (bestreden besluit) gehandhaafd, zij het dat daarin niet het niet-verschijnen op de afspraak van 19 februari 2009 ten grondslag is gelegd, maar het niet-verschijnen op een nieuwe afspraak op 8 juni 2009.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de uitnodiging voor een gesprek op 19 februari 2009 hem niet heeft bereikt omdat die uitnodiging naar een verkeerd adres is gestuurd, en dat hij de uitnodiging voor 8 juni 2009 is vergeten. Appellant meent dat hem een tweede kans had moeten worden geboden door de re-integratiebegeleider. Hangende het hoger beroep heeft het Uwv het in rubriek I genoemde besluit van 17 oktober 2011 genomen. Daarin heeft het Uwv het standpunt ingenomen dat appellant per 1 oktober 2008 recht had op doorbetaling van zijn loon door DWI en per 1 januari 2009 recht had op doorbetaling van zijn loon door Pantar, zodat hij per die data geen recht op ZW-uitkering had. Appellant heeft niet gereageerd op dit nieuwe besluit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het besluit van 17 oktober 2011 wordt aangemerkt als een nieuw besluit op het tegen het besluit van 19 maart 2009 gemaakte bezwaar, dat het door de rechtbank beoordeelde besluit van 17 juli 2009 vervangt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, waarbij het besluit van 17 juli 2009 in stand is gelaten, moet worden vernietigd. Nu het besluit van

17 oktober 2011 niet geheel tegemoet komt aan appellant, maakt dit besluit, gelet op de artikelen 6:18, eerste lid, 6:19, eerste lid en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, deel uit van het geding.

4.2. Nu appellant niet heeft gereageerd op het besluit van 17 oktober 2011 en hetgeen hij in hoger beroep heeft aangevoerd niet kan leiden tot vernietiging van dat besluit zal het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2011 ongegrond worden verklaard.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

recht doende:

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 juli 2009 gegrond en vernietigt dat besluit;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2011 ongegrond;

- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 152,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) L. van Eijndthoven.

NW