Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW0190

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
29-03-2012
Zaaknummer
11-633 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Appellant heeft bij zijn aanvraag geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/633 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/447 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 28 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. H. ten Brinke.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

1.2. Appellant heeft op 20 oktober 2009 - opnieuw - het Uwv verzocht terug te komen van de eerdere weigering bij besluit van 10 oktober 1996 om aan hem een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen. Het Uwv heeft deze aanvraag aangemerkt als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat niet gebleken is van nieuwe feiten of omstandigheden, heeft het Uwv deze aanvraag bij besluit van 6 november 2009 afgewezen.

1.3. Het tegen het besluit van 6 november 2009 gemaakte bezwaar is bij beslissing op bezwaar van 5 januari 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen, onder verwijzing naar artikel 4:6, eerste lid, van de Awb en de vaste rechtspraak van de Raad, dat de rechterlijke toetsing zich in eerste instantie beperkt tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft appellant in zijn verzoek dat heeft geleid tot het besluit van 6 november 2009 geen nieuw gebleken feiten en omstandigheden als bedoeld in

artikel 4:6 van de Awb ten grondslag gelegd. Het Uwv was derhalve bevoegd het verzoek van appellant af te wijzen onder verwijzing naar de eerdere besluitvorming.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij verwacht een WAO-uitkering te kunnen ontvangen omdat hij nog steeds ziek is.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Het Uwv was, nu het hier een aanvraag betreft na een eerdere afwijzende beslissing, in het licht van artikel 4:6 van de Awb bevoegd om het onderzoek te beperken tot de vraag of er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden door appellant bij de aanvraag zijn vermeld.

4.2. Evenals de rechtbank - en op de door haar in de aangevallen uitspraak aangegeven gronden - is de Raad van oordeel dat appellant bij zijn aanvraag geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb heeft gesteld.

4.3. Hieruit volgt dat het Uwv bevoegd was het verzoek van appellant af te wijzen onder verwijzing naar de eerdere afwijzingen. Niet kan worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.

4.4. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) E. Heemsbergen.

TM