Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9779

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
27-03-2012
Zaaknummer
11-6589 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de brief waarbij is geweigerd toestemming te verlenen om appellant werkzaam te laten zijn bij het consortium geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6589 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

P R O C E S – V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak op 12 maart 2012

Zitting heeft: mr. M.C. Bruning

Griffier: mr. P.J.M. Crombach

Uitspraak op het hoger beroep van [appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 september 2011, 11/5693 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voorheen de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie (minister),

Ter zitting zijn verschenen:

- appellant, bijgestaan door mr. J. de Waard, werkzaam als rechtsbijstandsverlener;

- mr. H.A. Westra, advocaat, en mr. E.D. Herweijnen, namens de minister.

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van de minister van 8 september 2010, waarbij is geweigerd toestemming te verlenen om appellant werkzaam te laten zijn bij het consortium [naam consotium], niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond hiervan heeft de minister het bezwaar van appellant tegen die brief, volgens de rechtbank, op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard.

Ter zitting van de Raad is evenmin gebleken dat er een publiekrechtelijke grondslag bestaat voor de beslissing van de minister om het consortium bedoelde toestemming te weigeren. Daarmee staat vast dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de brief van 8 september 2010 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden.

Waarvan proces-verbaal

de griffier

de voorzitter

getekend

getekend

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD