Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9591

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
10-4293 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag toe te kennen. Niet aannemelijk is geworden dat [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 tot het huishouden van appellante heeft behoord, zodat de Svb terecht over deze kwartalen kinderbijslag voor haar heeft geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/4293 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 juni 2010, 09/2191 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 16 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.G. Wattilete, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Appellante is met kennisgeving niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van der Weerd.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante heeft bij de Svb kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aangevraagd ten behoeve van haar kinderen [R.], [J.] en [G.]. Voor de twee oudste kinderen is kinderbijslag toegekend. Omdat [G.] niet stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (gba) heeft de Svb appellante gevraagd om bewijsstukken waaruit blijkt dat [G.] vanaf 1 oktober 2003 tot haar huishouden heeft behoord. Ook heeft de Svb aan appellante bewijsstukken gevraagd van haar bijdrage in de kosten van het onderhoud van [G.] vanaf die datum.

1.2. Bij besluit van 20 mei 2009 heeft de Svb geweigerd aan appellante vanaf het vierde kwartaal van 2003 kinderbijslag toe te kennen ten behoeve van [G.].

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 26 oktober 2009 (bestreden besluit) is het tegen dat besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 bestaat geen recht op kinderbijslag, omdat [G.] niet tot het huishouden van appellante behoort en zij niet in belangrijke mate door appellante wordt onderhouden.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat voor de inschrijving in de gba is vereist dat [G.] beschikt over een geldig Indonesisch paspoort en een verblijfsvergunning, welke gegevens ontbreken.

4.1. De Raad overweegt het volgende.

4.2. In hoger beroep is uitsluitend in geschil de vraag of [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 tot het huishouden van appellante heeft behoord.

4.3. Volgens artikel 7 van de AKW heeft de verzekerde recht op kinderbijslag voor een eigen kind dat jonger is dan 16 jaar en tot zijn huishouden behoort, of jonger is dan 18 jaar en door hem in belangrijke mate wordt onderhouden.

4.4. Volgens vaste jurisprudentie van deze Raad is voor het begrip huishouden de feitelijke situatie van het samenwonen bepalend.

4.5. Niet in geschil is dat [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 niet in de gba stond ingeschreven. Appellante heeft, ondanks herhaalde verzoeken, geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat [G.] over deze periode bij haar heeft gewoond. Onvoldoende daartoe is een kopie van de geboortakte en een schoolrapport over het schooljaar 2004-2005, aangezien deze gegevens geen betrekking hebben op de periode in geding. Uit het voorgaande volgt dat niet aannemelijk is geworden dat [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 tot het huishouden van appellante heeft behoord, zodat de Svb terecht over deze kwartalen kinderbijslag voor haar heeft geweigerd.

4.6. Uit de overwegingen 4.2 tot en met 4.5 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2012.

(get.) H.J. Simon.

(get.) I.J. Penning.

GdJ