Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9540

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
22-03-2012
Zaaknummer
10-5058 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering. Geschikt voor eigen werk. Het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts is zorgvuldig en weloverwogen geweest. De door appellante in beroep overgelegde informatie bevat geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de onderzoeken en de conclusies van de betrokken verzekeringsartsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/5058 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 28 juli 2010, 09/5950 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 21 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. F.H.W. Verberne hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2012. Appellante is, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar rubriek 2 van de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het navolgende.

1.2. Bij besluit van 19 oktober 2009 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 26 oktober 2009 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.

1.3. Bij besluit van 27 november 2009 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 19 oktober 2009 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij - kort samengevat - betekenis toegekend aan het onderzoek van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de door appellant in beroep overgelegde medische informatie niet worden opgemaakt dat de conclusies van de verzekeringsartsen voor onjuist moeten worden gehouden.

3. Hetgeen appellante in hoger aanvoert vormt goeddeels een herhaling van hetgeen zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. Appellante benadrukt in hoger beroep dat zij vanwege zowel psychische als lichamelijke klachten op de datum in geding niet in staat was om de maatgevende arbeid te verrichten. Ter onderbouwing van haar standpunt dat haar psychische problematiek volledig is miskend, heeft appellante een aanvullende verklaring van haar behandelend psychiater J.A. Kool van 13 februari 2011 in het geding gebracht.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts A.L. Mathoera zorgvuldig en weloverwogen geweest. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellante zowel lichamelijk als psychisch onderzocht en de verkregen informatie van maatschappelijk werker J. van Hinsberg van 20 november 2009 en fysiotherapeut S. van Mourik van 23 november 2009 meegewogen in zijn oordeel.

4.3. De Raad ziet, evenals de rechtbank, in de door appellante in beroep overgelegde informatie van de huisarts van 17 maart 2009, de orthopedisch chirurg S.E. Brandt van 26 maart 2009 en psychiater J.A. Kool van 19 februari 2010 geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de onderzoeken en de conclusies van de betrokken verzekeringsartsen. De bezwaarverzekeringsarts A. Deitz heeft in zijn rapport van 7 juli 2010 voldoende gemotiveerd aangegeven waarom voornoemde informatie hem geen aanleiding geeft tot een wijziging van het eerder ingenomen standpunt.

4.4. Ook in de in hoger beroep overgelegde verklaring van psychiater Kool van 13 februari 2011 ziet de Raad onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de bezwaarverzekeringsartsen. De Raad kan appellante niet volgen in haar standpunt dat haar psychische problematiek volledig is miskend. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Mathoera van 25 november 2009 blijkt dat bij onderzoek, behoudens een grote lijdensdruk en een neerslachtige stemming, geen aanwijzingen waren voor concentratie of geheugen stoornissen dan wel specifieke angsten. De bezwaarverzekeringsarts kon geen duidelijke psychopathologie vaststellen. De oorzaak van de psychische klachten van appellante lijkt, ook volgens de brief van psychiater Kool van 19 februari 2010, vooral te zijn gelegen in psychosociale omstandigheden, onder andere relatieproblemen en financiële problemen.

4.5. De Raad ziet overigens geen aanleiding om aan te nemen dat de bezwaarverzekeringsarts geen juist beeld heeft gehad van de aard en de zwaarte van het werk van appellante. De rapportage van de bezwaarverzekeringsarts Mathoera van

25 november 2009 omvat een uitvoerige omschrijving van de werkzaamheden die appellante heeft verricht. Appellante was kassa/verkoopmedewerkster bij supermarkt Jumbo en alleen op dinsdag was zij ploegleidster/magazijnmedewerkster. De aansturende en eventueel fysiek belastende taken, wat betreft de schouder, kwamen dan ook niet dagelijks voor. Bij onderzoek van de rechterschouder kon de bezwaarverzekeringsarts Mathoera, behoudens een verminderde kracht in de biceps en triceps, geen evidente afwijkingen vaststellen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd kan de Raad niet tot een ander oordeel leiden.

4.6. Hetgeen onder 4.1 tot en met 4.5 is overwogen leidt tot de conclusie dat het Uwv op goede gronden het ziekengeld van appellante met ingang van 26 oktober 2009 heeft beëindigd. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2012.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) K.E. Haan.

KR