Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9412

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
10/1665 WWB + 10/1666 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van medicijnen en een matras. Hetgeen appellanten hebben aangevoerd, rechtvaardigt niet de conclusie dat er ten tijde van belang sprake was van een acute noodsituatie, zodat de aanvraag terecht is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/1665 WWB

10/1666 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden wonende te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 10 februari 2010, 09/12 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college)

Datum uitspraak: 20 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. D. Osmic, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 februari 2012, samen met een aantal andere gevoegde zaken van appellanten. Voor appellanten is mr. Osmic verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door H.M. Pluijmaeckers. In de gevoegde zaken, voor zover niet ingetrokken of aangehouden, wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellanten hebben op 19 maart 2008 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van medicijnen en een matras.

1.2. Bij besluit van 28 april 2008 heeft het college de aanvraag afgewezen.

1.3. Bij besluit van 24 november 2008 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellanten tegen het besluit van 28 april 2008 ongegrond verklaard. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat ten aanzien van de kosten van zowel de medicijnen als het matras sprake is van een voorliggende voorziening.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellanten tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep hebben appellanten erkend dat sprake is van een voorliggende voorziening. Zij hebben aangevoerd dat sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) op grond waarvan niettemin bijzondere bijstand moet worden toegekend. Appellanten hebben gesteld dat zij schulden hebben als gevolg van een onrechtmatige inval van de sociale recherche in 2006 en de hierop gevolgde besluitvorming, waardoor zij sinds medio 2006 niet langer twee uitkeringen meer hebben, maar één bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden. Door die schulden zijn zij niet in staat geweest een aanvullende ziektekostenverzekering af te sluiten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het eerste lid van artikel 16 van de WWB, biedt de mogelijkheid om in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de WWB, bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Blijkens de memorie van toelichting op artikel 16 van de WWB dient in een dergelijk geval vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand volstrekt onvermijdelijk is.

4.2. Hetgeen appellanten hebben aangevoerd, rechtvaardigt niet de conclusie dat er ten tijde van belang sprake was van een acute noodsituatie, zodat de aanvraag terecht is afgewezen.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2012.

(get.) E.J.M. Heijs.

(get.) R. Scheffer.

HD