Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9345

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
10/6429 AW + 10/6430 AW + 10/6432 AW + 10/6433 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden vermeld die vóór de uitspraak van de Raad hebben plaatsgevonden, die bij hem vóór die uitspraak niet bekend waren en die hem redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6429 AW

10/6430 AW

10/6432 AW

10/6433 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats], (verzoeker),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 oktober 2010, 09/3414 AW, 09/3415 AW, 09/5693 AW en 09/6198 AW, LJN BO3741, op het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 12 mei 2009, 07/2989 en 08/2813,

in het geding tussen:

verzoeker

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar (college)

Datum uitspraak: 8 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft om herziening verzocht van bovenvermelde uitspraak van de Raad van 28 oktober 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoeker en het college hebben desgevraagd schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Verzoeker heeft aangevoerd dat meergenoemde uitspraak van de Raad van 28 oktober 2010 berust op een onjuiste voorstelling van zaken. Hij heeft zijn stelling onderbouwd met gedetailleerde verwijzingen naar stukken in het desbetreffende procesdossier en naar het verhandelde tijdens de aan de uitspraak voorafgegane zitting van de Raad.

3. De Raad stelt vast dat verzoeker hiermee geen feiten en omstandigheden heeft vermeld die vóór de uitspraak van 28 oktober 2010 hebben plaatsgevonden, die bij hem vóór die uitspraak niet bekend waren en die hem redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Verzoeker beoogt een hernieuwde discussie over de zaak te voeren en trekt daarbij de juistheid van de daarin gedane uitspraak in twijfel. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is echter voor het voeren van een dergelijke discussie niet gegeven.

4. Het voorgaande betekent dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.

5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K.J. Kraan en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2012.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) B. Bekkers.

HD