Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV8983

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-03-2012
Datum publicatie
16-03-2012
Zaaknummer
11-3574 WUBO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering vergoeding van de kosten verbonden aan de aanschaf van een auto. Medische adviezen deugdelijk voorbereid. In de voorhanden medische en andere gegevens zijn geen aanknopingspunten gevonden om het door verweerder ingenomen standpunt onjuist te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3574 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

en

de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 15 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is in deze zaak de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de plaats getreden van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUBO van de PUR.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 9 mei 2011, kenmerk BZ01271290 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2012. Daar is appellant in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant, geboren in 1937, is op grond van psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en als zodanig onder meer in aanmerking gebracht voor een periodieke uitkering.

1.2. In juni 2010 heeft appellant bij verweerder een aanvraag ingediend om vergoeding van de kosten verbonden aan de aanschaf van een auto. Bij besluit van 5 november 2010, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Daartoe is overwogen dat de gevraagde voorziening in verband met de bij appellant aanwezige psychische invaliditeit niet medisch noodzakelijk of medisch-sociaal wenselijk is.

2. De Raad overweegt als volgt.

2.1. In vaste rechtspraak heeft de Raad aanvaard dat, gelet op de aard van de gevraagde voorziening, verweerder als uitgangspunt hanteert om pas dan over te gaan tot toekenning van de gevraagde vergoeding of tegemoetkoming voor de aanschaf van een auto, indien sprake is van een absolute verhindering om van het openbaar vervoer of van een taxi gebruik te maken.

2.2. Het standpunt van verweerder dat een zodanige situatie zich in appellants geval niet voordoet is gebaseerd op adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs. Deze adviezen berusten onder meer op een persoonlijk onderhoud met appellant door een van deze adviseurs en op informatie van de huisarts. In die adviezen komt tot uiting dat appellant als gevolg van zijn psychische klachten beperkt is voor het openbaar vervoer, om welke reden een vergoeding voor sociaal vervoer is toegekend, maar dat er geen absolute beperking bestaat om zich laten te vervoeren in een taxi.

2.3. De Raad acht het bestreden besluit op grond van genoemde adviezen deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. In de voorhanden medische en andere gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om het aan deze adviezen door verweerder ontleende standpunt onjuist te achten. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens aangedragen die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

2.4. Gezien het voorgaande dient het beroep van appellant ongegrond te woerden verklaard.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2012.

(get.) R. Kooper.

(get.) R.L.G. Boot.

HD