Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV8670

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
13-03-2012
Zaaknummer
11-3643 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3643 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, 10/2346 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 9 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door A. Anandbahadoer.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 26 november 1982 heeft de rechtsvoorganger van het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 januari 1983 ingetrokken, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant heeft tegen dat besluit geen rechtsmiddelen aangewend. In 1982 is appellant teruggekeerd naar Marokko, waar hij sedertdien verblijft.

1.2. In reactie op een aanvraag van appellant in 2005 om een arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft het Uwv meegedeeld deze aanvraag aan te merken als een verzoek om herziening van het besluit van 26 november 1982.

2.1. Bij besluit van 9 december 2009 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 26 november 1982, om reden dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat laatstgenoemd besluit onjuist zou zijn.

2.2. Bij besluit van 14 april 2010 (het bestreden besluit), heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 december 2009 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen met het Uwv van oordeel te zijn dat de door appellant in beroep - en bij zijn aanvraag - naar voren gebrachte stelling dat hij (nog altijd) ziek dan wel arbeidsongeschikt is, niet als een nieuw feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt. Appellant heeft niet (met stukken onderbouwd) gesteld dat thans is gebleken dat destijds van onjuiste feiten of omstandigheden is uitgegaan. Gelet hierop heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv bevoegd was om het verzoek van appellant af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluitvorming en dat het Uwv in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

4. De Raad kan zich volledig vinden in de overwegingen en het daarop gebaseerde oordeel van de rechtbank. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, neerkomend op een herhaling van zijn stelling dat hij destijds in Nederland heeft gewerkt, ziek is geworden en sedertdien ziek is gebleven, bevat geen aanknopingspunten voor aanvullende overwegingen.

5. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2012.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) G.J. van Gendt.

GdJ