Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV8438

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
12-03-2012
Zaaknummer
09-6423 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Appellant heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van 16 maart 2010 onjuist is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6423 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2009, 09/383 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen

Datum uitspraak: 9 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 maart 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 maart 2010 heeft appellant verzet gedaan.

Nadat op verzoek van appellant de zaak voor onbepaalde tijd was aangehouden, is het verzet ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 februari 2012. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 maart 2010 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het hogerberoepschrift te laat is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 27 november 2009. Het hogerberoepschrift is gedateerd 25 november 2009 en is op 30 november 2009 per fax bij de Raad ontvangen.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat de uitspraak van de Raad van 16 maart 2010 onjuist is omdat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Appellant heeft daarbij, met verwijzing naar zijn hogerberoepschrift, aangevoerd dat hij de aangevallen uitspraak eerst op 20 oktober 2009 heeft ontvangen en dat hij op 25 november 2009 en

26 november 2009 heeft geprobeerd het hogerberoepschrift naar de Raad te faxen maar dat dit door een storing van de faxapparatuur van de Raad niet is gelukt.

De Raad stelt - andermaal - vast dat in de aangevallen uitspraak en in de begeleidende brief van de rechtbank Amsterdam duidelijk staat aangegeven dat partijen binnen zes weken na de datum van de verzending van de uitspraak hoger beroep kunnen instellen. Dat appellant de aangevallen uitspraak vier dagen na de verzending heeft ontvangen, brengt geen wijziging in de termijn. De Raad heeft verder in de uitspraak van 16 maart 2010 al vastgesteld dat de faxapparatuur van de Raad geen storing heeft gehad op de door appellant genoemde data. Appellant heeft aldus geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van 16 maart 2010 onjuist is.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

Ter voorlichting van appellant wijst de Raad er nog op dat tegen deze uitspraak geen beroep in cassatie bij de Hoge Raad kan worden ingesteld.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2012.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

JL