Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV8350

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
12-03-2012
Zaaknummer
11-4111 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering Wajong-uitkering. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest, dan wel dat de uitkomst daarvan onjuist is. De beschikbare medische gegevens bevatten onvoldoende aanwijzingen om aan te nemen dat appellant op de datum in geding zodanige arbeidsbeperkingen had dat hij niet in staat was om 75% van het minimumjeugdloon te verdienen. Met de late aanvraag van de uitkering heeft appellant het risico genomen dat gegevens over zijn medische situatie op de leeftijd van 17 en 18 jaar moeilijk te traceren zijn. Dit risico moet voor rekening van appellant blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/4111 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 30 mei 2011, 10/3993 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 9 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam gemachtigde], gemachtigde, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2012.

Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A. Put.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar rubriek 2.1 tot en met 2.4 van de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Appellant, geboren [in] 1960, heeft op 3 september 2009, vanuit de situatie dat hij een werkloosheidsuitkering ontving, een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) aangevraagd. Bij besluit van 16 december 2009 heeft het Uwv geweigerd aan appellant een Wajong-uitkering toe te kennen omdat hij vanaf

3 februari 1977 niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest en in elk geval vanaf 3 februari 1978 minder dan 25% arbeidsongeschikt is. Bij besluit van 14 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, onder overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant met ingang van

3 februari 1978 minder dan 25% bedroeg.

2.De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. Appellant kan zich met de uitspraak van de rechtbank niet verenigen en handhaaft hetgeen hij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. In hoger beroep benadrukt appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Het Uwv heeft niet de nodige kennis vergaard omtrent de hersenbeschadiging die bij appellant, na een ongeval, op elfjarige leeftijd is ontstaan. Het Uwv heeft slechts beperkte informatie gebruikt en de overige informatie naast zich neergelegd. De opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) behelst een onjuiste weergave van zijn arbeidsbeperkingen per de datum in geding omdat er geen beperkingen zijn aangenomen wegens een vertraagd tempo en traag reageren.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts G.H. Nagtegaal, dat heeft geleid tot het rapport van 16 september 2010, onzorgvuldig is geweest, dan wel dat de uitkomst daarvan onjuist is. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant op de hoorzitting/spreekuur gezien en uitgebreid aandacht besteed aan de beschikbare informatie van de behandelend sector, waaronder het onderzoek van neuropsycholoog J. Vermeulen van 17 en 21 juli 2008, het rapport van de psycholoog

R. van den Dungen van 10 augustus 2009 en de brief van de neuroloog M. Engelsman van 19 november 2009. Bij zijn oordeel heeft de bezwaarverzekeringsarts voorts de in bezwaar overgelegde informatie van de psycholoog K. van Loenen van 16 februari 2010 betrokken. De bezwaarverzekeringsarts heeft vervolgens aanleiding gezien om de FML aan te passen.

4.3. Uit de beschikbare medische gegevens, in het bijzonder voornoemde informatie van neuroloog Engelsman en de neuropsycholoog Vermeulen, waarop appellant in hoger beroep wederom een beroep doet, kan naar het oordeel van de Raad niet worden afgeleid dat bij appellant sprake is van een traag tempo en traag reageren. Neuroloog Engelsman heeft appellant verwezen naar neuropsycholoog Vermeulen, omdat appellant volgens zijn werkgever traag zou zijn. Vermeulen heeft op 17 en 21 juli 2008 een neuropsychologisch onderzoek verricht met speciale aandacht voor mogelijke traagheid. Daarvan is niet gebleken. Uit het rapport van de psycholoog R. van den Dungen van 10 augustus 2009 komt overigens naar voren dat de klachten van appellant (stemmingswisselingen, slapeloosheid, concentratiestoornis, geheugenverlies, lusteloosheid en traagheid in bewegen en denken) sinds 5 jaar bestaan.

4.4. De Raad heeft in de beschikbare medische gegevens onvoldoende aanwijzingen gevonden dat appellant als gevolg van zijn hersenbeschadiging dan wel epilepsie op de datum in geding zodanige arbeidsbeperkingen had dat hij niet in staat was om 75% van het minimumjeugdloon te verdienen. Er zijn geen stukken voorhanden van voor of rond de datum in geding, te weten 3 februari 1978, waaruit de gestelde ernst van de klachten op dat moment en het eventuele effect daarvan op het arbeidsvermogen van appellant naar voren komt.

4.5. Met de late aanvraag van de uitkering - in dit geval later dan 30 jaar na de gestelde arbeidsongeschiktheid - heeft appellant het risico genomen dat gegevens over zijn medische situatie op de leeftijd van 17 en 18 jaar moeilijk te traceren zijn. Dit risico moet, naar vaste rechtspraak van de Raad, voor rekening van appellant blijven. Ter zitting heeft appellant gesteld dat hij niet bekend was met het bestaan van de mogelijkheid om een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan te vragen. Deze onbekendheid kan niet leiden tot het oordeel dat het risico van het ontbreken van voldoende medische gegevens niet voor appellant is.

5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.5 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2012.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.J. Penning.

JL