Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV8333

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
12-03-2012
Zaaknummer
10-3758 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling van de premie voor de vrijwillige verzekering AOW en Anw over 2007 op het maximale bedrag. De in de beroepsfase overgelegde inkomensgegevens dienen buiten beschouwing te blijven. Appellante had de inkomensgegevens in de bestuurlijke fase dienen te verstrekken. Niet gezegd kan worden dat appellante in de bestuurlijke fase redelijkerwijs niet over de gevraagde inkomensgegeven heeft kunnen beschikken of deze redelijkerwijs niet heeft kunnen verschaffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3758 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (Aruba) (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2010, 09/4831 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 9 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2011.

Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M. Aalders.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is vanaf 1989 vrijwillig verzekerd geweest voor de Algemene ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw). Appellante is werkzaam als zelfstandig psychotherapeut onder de naam Psycho Sociaal Centrum Okido. Bij besluit van 3 juni 2009 heeft de Svb de premie voor de vrijwillige verzekering AOW en Anw over 2007 vastgesteld op het maximale bedrag van € 4.796,00.

1.2. Het bezwaar is bij besluit van 2 september 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de premie voor de vrijwillige verzekering over 2007 terecht op de maximumhoogte is vastgesteld.

Daartoe is overwogen dat appellante niet heeft gereageerd op de verzoeken van de Svb om het inkomstenopgaveformulier over 2007 in te vullen en te retourneren. Eerst in beroep, op 26 maart 2010, zijn de inkomensgegevens overgelegd. Deze gegevens dienen naar het oordeel van de rechtbank in beroep buiten beschouwing te blijven. Appellante had de gegevens in de bestuurlijke fase dienen te verstrekken. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Raad van 4 maart 2005, LJN AT1588. Aan dit oordeel doet volgens de rechtbank niet af dat deze uitspraak betrekking heeft op het Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW, Stb. 1990, 38. Het Besluit Wfsv, Stb. 2005, 585 is ten opzichte van dat besluit niet of niet substantieel gewijzigd. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat geen sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het later overleggen van de inkomensgegevens niet in de weg staat aan het inhoudelijk beoordelen van deze gegevens. Nalatig handelen van de boekhouder ligt in de risicosfeer van appellante. Ook appellante zelf heeft geen schriftelijk of telefonisch contact met de Svb opgenomen. De rechtbank is van oordeel dat de Svb niet op basis van de inkomensgegevens over eerdere jaren heeft kunnen aannemen dat appellante over het premiejaar 2007 geen significant inkomen had.

3. Appellante heeft het standpunt ingenomen dat de premie voor de vrijwillige verzekering over 2007 evenals die over eerdere jaren op de minimale hoogte dient te worden vastgesteld. Appellante stelt dat zij niet kon reageren op de verzoeken van de Svb omdat zij de stukken niet in haar bezit had. Appellante wist niet dat zij ook zonder de papieren met de Svb had kunnen communiceren. Verwezen is naar de verklaring van de boekhouder mevrouw [G.], waarin zij aangeeft dat het niet terecht is dat appellante nu gedupeerd is. Zij doet al jaren de administratie voor appellante en kon door persoonlijke omstandigheden de formulieren niet op tijd bij de Svb inleveren. Appellante was vele malen bij haar geweest, maar [G.] was - zo verklaart zij zelf - om één of andere reden niet bereikbaar.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat appellante niet heeft gereageerd op de verzoeken van de Svb om het inkomstenopgaveformulier over 2007 in te vullen en te retourneren.

4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de eerst op 26 maart 2010 in de beroepsfase overgelegde inkomensgegevens buiten beschouwing dienen te blijven. Appellante had de inkomensgegevens in de bestuurlijke fase dienen te verstrekken. De rechtbank heeft in dit verband met juistheid gewezen op de uitspraak van de Raad van

4 maart 2005. Anders dan in die uitspraak is - gelet op het in geding zijnde premiejaar 2007 - in onderhavig geval de premie vastgesteld op grond van artikel 3.3 van het Besluit Wfsv. In deze omstandigheid ziet de Raad evenwel geen aanleiding zijn jurisprudentie bij te stellen, nu daarbij ten opzichte van - het voorheen geldende - artikel 24 van het Besluit vrijwillige verzekering AOW en Anw, geen inhoudelijke wijziging tot stand is gebracht. Aan de Nota van Toelichting ontleent de Raad dat een zodanige wijziging met de bepalingen van hoofdstuk 3 van het Besluit Wfsv ook niet is beoogd (Stb. 2005, 585

p. 20).

4.3. De Raad kan appellante niet volgen in haar betoog inhoudende dat zij niet kon reageren op de informatieverzoeken van de Svb omdat zij de stukken niet in haar bezit had en dat appellante niet de dupe mag worden van nalatigheid van haar boekhouder, die door persoonlijke omstandigheden de formulieren niet tijdig kon inleveren. In de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad van 4 maart 2005 is overwogen dat de betrokkene zich niet kan verschuilen achter de belastingadviseur. Naar het oordeel van de Raad heeft hetzelfde te gelden voor de boekhouder van appellante. Het handelen en nalaten van de boekhouder dient niet voor rekening en risico van de Svb, maar van appellante te komen. Om die reden kan hetgeen appellante in dit verband heeft betoogd niet tot een ander oordeel leiden. Niet gezegd kan worden dat appellante in de bestuurlijke fase redelijkerwijs niet over de gevraagde inkomensgegeven heeft kunnen beschikken of deze redelijkerwijs niet heeft kunnen verschaffen.

4.4. De stelling van appellante dat haar financiële situatie bedroevend is - nog daargelaten dat appellante deze stelling niet met gegevens heeft gestaafd - leidt evenmin tot een ander oordeel. De Svb is niet bevoegd - in afwijking van de wettelijke bepalingen - de premie op grond van de (actuele) financiële situatie lager vast te stellen.

5. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2012.

(get.) E.E.V. Lenos.

(get.) J.R. Baas.

TM