Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV7941

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
11/2323 WWB + 11/4046 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag voor een tegemoetkoming in het kader van de zogeheten Geld-Terug-Regeling. Daartoe heeft appellant overwogen dat betrokkene volgens de Beleidsregel in het GBA ingeschreven moet staan op een woonadres, en niet op een briefadres. Buitenwettelijk begunstigend beleid. De eis van inschrijving in het GBA, en dan niet als briefadres, is in de Beleidsregel opgenomen onder het kopje verificatie. Dit neemt niet weg dat dit aspect, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, deel uitmaakt van het totale buitenwettelijke beleid met betrekking tot het verstrekken van de tegemoetkoming voor 2008. Dat dit aspect niet wordt genoemd onder het kopje rechthebbenden doet daaraan niet af. Nu deze verificatie-eis verderop in de Beleidsregel is vermeld, blijkt daaruit dat appellant deze eis hanteert, zodat deze daarom gerekend moet worden tot de toepassingsvoorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2323 WWB

11/4046 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen, (appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 april 2011, 10/4079 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], zonder vaste verblijfplaats (betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 6 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. M.J.M. Willems, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingezonden, waaronder door appellant genomen besluiten van 1 juni 2011 en van 14 juni 2011.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J. Bloemena. Voor betrokkene is verschenen zijn vader [naam vader], bijgestaan door [naam advocaat], advocaat.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene staat sedert eind 2006 in de gemeentelijke basisadministratie van Nijmegen (GBA) ingeschreven op het adres van zijn vader. Het gaat niet om een inschrijving als woonadres, maar als briefadres. Betrokkene stelt dat dit een briefadres is, omdat hij daar niet woont. Hij verblijft bij vrienden, familie en kennissen, in [gemeente] .

1.2. Appellant heeft bij besluit van 10 april 2008 de aanvraag van betrokkene voor een tegemoetkoming in het kader van de zogeheten Geld-Terug-Regeling op grond van de Beleidsregel Maatschappelijke participatie 2008 (Beleidsregel) afgewezen. Daartoe heeft appellant overwogen dat betrokkene volgens de Beleidsregel in het GBA ingeschreven moet staan op een woonadres, en niet op een briefadres.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 18 augustus 2008 (bestreden besluit) heeft appellant het besluit van 10 april 2008 gehandhaafd.

1.4. De rechtbank heeft bij uitspraak van 4 augustus 2009, 08/4484, het beroep tegen het bestreden besluit wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard.

1.5. In zijn uitspraak van 9 november 2010, LJN BO3413, heeft de Raad geconcludeerd dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad heeft op die grond de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak ter behandeling teruggewezen naar de rechtbank Arnhem.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar neemt. De rechtbank heeft geoordeeld dat ten aanzien van de toepassingsvoorwaarden in de Beleidsregel is bepaald dat tot de kring van rechthebbenden behoort degene die inwoner is van de gemeente Nijmegen. Voorts is te kennen gegeven dat de woonplaats wordt geverifieerd aan de hand van de inschrijving in het GBA en dat een briefadres niet voldoet. Volgens de rechtbank kan het gegeven dat betrokkene zijn feitelijke woonplaats in Nijmegen heeft ook op andere wijze worden vastgesteld en is de eis van inschrijving (geen briefadres) in het GBA ook niet als zodanig opgenomen in de toepassingsvoorwaarden om als rechthebbende te worden aangemerkt. Om die reden heeft de rechtbank het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd geacht.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gekeerd tegen de aangevallen uitspraak. Volgens appellant doorkruist de rechtbank met haar uitspraak de bestuurlijke beleidsvrijheid die appellant met de Beleidsregel voor ogen staat. Appellant heeft bewust gekozen voor een regelarme regelgeving, om de uitvoeringskosten laag te houden. De eis van inschrijving in het GBA (geen briefadres) is om die reden in de beleidsregel opgenomen.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Zoals in zijn onder 1.5 genoemde uitspraak van 9 november 2010 is overwogen, heeft de Beleidsregel tot doel om mensen met een minimuminkomen te stimuleren actief deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en vindt de Beleidsregel geen grondslag in een autonome verordening van een decentraal bestuursorgaan. De beleidsregel vertoont wel sterke verwantschap met artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, maar is daar niet op gebaseerd. De Beleidsregel moet daarom worden aangemerkt, zoals de rechtbank terecht ook heeft gedaan, als buitenwettelijk begunstigend beleid (vergelijk CRvB 7 juli 2009, LJN BJ1918). Dit betekent dat het beleid als gegeven wordt aanvaard en dat door de bestuursrechter slechts wordt getoetst of het beleid op consistente wijze wordt toegepast.

4.2. De eis van inschrijving in het GBA, en dan niet als briefadres, is in de Beleidsregel opgenomen onder het kopje verificatie. Dit neemt niet weg dat dit aspect, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, deel uitmaakt van het totale buitenwettelijke beleid met betrekking tot het verstrekken van de tegemoetkoming voor 2008. Dat dit aspect niet wordt genoemd onder het kopje rechthebbenden doet daaraan niet af. Nu deze verificatie-eis verderop in de Beleidsregel is vermeld, blijkt daaruit dat appellant deze eis hanteert, zodat deze daarom gerekend moet worden tot de toepassingsvoorwaarden. Voorts is van belang, zoals appellant heeft toegelicht, dat dit beleid, met het oog op de lage uitvoeringskosten, consequent wordt toegepast. De Beleidsregel voorziet voorts niet in de mogelijkheid om, bijvoorbeeld in het geval van bijzondere omstandigheden, van het beleid af te wijken. Appellant heeft de afwijzing van de aanvraag van betrokkene dan ook terecht gehandhaafd bij het bestreden besluit.

4.3. Dit betekent dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, wordt het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

5. Appellant heeft, naar aanleiding van de aangevallen uitspraak, op 1 juni 2011 en 14 juni 2011 nadere besluiten genomen. Deze besluiten worden, op de voet van het bepaalde in de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding betrokken. Door de vernietiging van de aangevallen uitspraak komt aan deze besluiten de grondslag te ontvallen, zodat deze besluiten eveneens dienen te worden vernietigd. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij aan het besluit van 1 juni 2011 het vertrouwen mocht ontlenen dat hij recht had op de tegemoetkoming die hem bij dat besluit is toegekend. Deze beroepsgrond slaagt reeds daarom niet, omdat de gemachtigde van betrokkene er op dat moment van op de hoogte was dat appellant hoger beroep had ingesteld.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 18 augustus 2008 ongegrond;

Vernietigt de besluiten van 1 juni 2011 en 14 juni 2011.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter, en J.J.A. Kooijman en E.C.R. Schut als leden, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2012.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) V.C. Hartkamp.

HD