Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV7705

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-03-2012
Datum publicatie
05-03-2012
Zaaknummer
11-3599 ANW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:CA0809
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3599 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2011, 10/5858 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 1 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is in 1992 in Marokko gehuwd met [naam echtgenoot] en woont in Marokko. Haar echtgenoot is in Nederland werkzaam geweest en is nadien teruggekeerd naar Marokko. Hij heeft laatstelijk een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangen. De echtgenoot van appellante is op 24 augustus 2006 in Marokko overleden. Vervolgens heeft appellante aan de Svb verzocht een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.

1.2. Bij beslissing op bezwaar van 18 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 26 november 2009 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij sinds het overlijden van haar echtgenoot geen inkomsten meer heeft en niet in het levensonderhoud van haar kinderen en zichzelf kan voorzien.

4.1. Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden op 24 augustus 2006 niet verzekerd was krachtens de ANW. Dienaangaande overweegt de Raad het volgende.

4.2. Ingevolge artikel 13, eerste lid, onder a en b, van de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd.

4.3. Voorts was op grond van artikel 26 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen van

24 december 1998, Stb. 746, zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2000, kort samengevat, ook verzekerd krachtens de volksverzekeringen degene die buiten Nederland is gaan wonen en op de dag van vertrek een bepaalde Nederlandse uitkering, zoals bijvoorbeeld een ouderdomspensioen krachtens de AOW, ontving ter hoogte van ten minste een nader omschreven bedrag per maand. Deze bepaling is met ingang van 1 januari 2000 vervallen. Personen, zoals de echtgenoot van appellante, die tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd waren krachtens de volksverzekeringen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich vanaf 1 januari 2000 vrijwillig te verzekeren krachtens onder meer de ANW. Niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat, zoals ook de rechtbank heeft vastgesteld, de echtgenoot van appellante op 24 augustus 2006 niet meer verzekerd was krachtens de ANW, zodat geen aanspraak bestaat op een nabestaandenuitkering krachtens die wet.

4.4. Voorts stelt de Raad vast dat door appellante niet is betwist dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22 van het Verdrag geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.

4.5. Uit de overwegingen 4.1 tot en met 4.4 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2012.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) Z. Karekezi.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

JL