Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV7617

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
05-03-2012
Zaaknummer
10-4011 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Svb heeft terecht geweigerd appellant opnieuw toe te laten tot de vrijwillige verzekering Anw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4011 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2010, 09/5674 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 2 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft nadere vragen gesteld, welke door de Svb zijn beantwoord.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 10 februari 2012. Aldaar zijn partijen, appellant met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij brief van 12 juni 2009 heeft appellant verzocht hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering Algemene nabestaandenwet (Anw). Appellant geeft te kennen zich al eerder aangemeld te hebben voor deze vrijwillige verzekering, maar dat op de premienota’s alleen de vrijwillige verzekering voor de Algemene ouderdomswet (AOW) staat.

1.2. Bij besluit van 6 augustus 2009 heeft de Svb geweigerd appellant toe te laten tot de vrijwillige verzekering Anw. Hierbij heeft de Svb appellant laten weten dat hij in maart 2001 heeft aangegeven slechts de vrijwillige verzekering AOW te willen voortzetten. De vrijwillige verzekering Anw is dan ook door de Svb beëindigd. Deze verzekering kan niet op een later tijdstip opnieuw afgesloten worden. Het bezwaar tegen dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 28 oktober 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Appellant nam in 2000 deel aan de vrijwillige verzekering voor de AOW en de Anw. Vanwege de inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en Anw (Staatsblad 2001, 212) ontstond de mogelijkheid zich voor de AOW en Anw tezamen of apart vrijwillig te verzekeren. In februari 2001 heeft de Svb aan appellant informatie toegezonden over de mogelijkheden van de vrijwillige verzekering en de gevolgen van bepaalde keuzes. Appellant heeft het formulier dat bij deze informatie was meegezonden, teruggestuurd en als zijn keuze kenbaar gemaakt dat hij de vrijwillige verzekering AOW wilde voortzetten. De vrijwillige verzekering voor de Anw is dan ook door de Svb met ingang van 1 januari 2001 beëindigd.

3.2. De Raad is van oordeel dat de Svb terecht heeft geweigerd appellant opnieuw toe te laten tot de vrijwillige verzekering Anw. Gezien de uitgebreide informatie die aan appellant is verzonden in februari 2001 over de gevolgen van de te maken keuzes, had het appellant duidelijk kunnen en moeten zijn dat een keuze voor voortzetting van slechts de vrijwillige verzekering AOW zou leiden tot het einde van de vrijwillige verzekering Anw. Bovendien had hij op de jaarlijkse premienota’s die sinds 2001 aan hem zijn toegezonden, ieder jaar opnieuw kunnen zien dat er slechts premies voor de AOW werden opgelegd. Door tot juni 2009 te wachten met het verzoek opnieuw toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering Anw, heeft appellant de termijn voor aanmelding zoals genoemd in artikel 63b van de Anw ruimschoots overschreden.

3.3. Voor zover appellant meent dat als verontschuldiging daarvoor moet gelden dat hij lezen noch schrijven kan, kan de Raad hem daarin niet volgen. Als appellant niet zelf in staat was de informatie tot zich te nemen, had hij hiervoor hulp kunnen en moeten zoeken.

3.4. Uit 3.1 tot en met 3.3 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.

4. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2012.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) I.J. Penning.

IvR