Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV7595

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
05-03-2012
Zaaknummer
11-3005 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het bestreden besluit berust op een toereikende medische grondslag. Appellant heeft geen medische stukken ingebracht die aanknopingspunten bieden voor een andere uitkomst. Het bestreden besluit berust tevens op een toereikende arbeidskundige grondslag. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het Uwv bij de bepaling van de maatman en de vaststelling van het maatmaninkomen van onjuiste gegevens is uitgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3005 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 15 april 2011, 09/3043 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 2 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 januari 2012. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.A. Vermeijden.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is werkzaam geweest als weger/administratief medewerker. In 1987 heeft hij zijn werkzaamheden gestaakt wegens verschillende gezondheidsklachten. Vervolgens is aan appellant in aansluiting op de wettelijke wachttijd een arbeidsongeschiktheids-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Bij besluit van 31 maart 2009 is de WAO-uitkering van appellant met ingang van 1 juni 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Bij besluit van 11 augustus 2009 heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 31 maart 2009 gemaakte bezwaar gegrond verklaard: met ingang van 1 juni 2009 is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant tussen de 25 en 35%.

2.1. Hangende het door appellant tegen het besluit van 11 augustus 2009 ingestelde beroep heeft het Uwv op 15 november 2010 een nader besluit op bezwaar (bestreden besluit) genomen, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 1 juni 2009 is bepaald op 35 tot 45%.

2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 11 augustus 2009 niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en het Uwv veroordeeld tot vergoeding aan appellant van de door hem gemaakte proceskosten.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat er sprake is van een onvolledig en onzorgvuldig medisch onderzoek. Ten onrechte is door de verzekeringsartsen van het Uwv de diagnose fibromyalgie veronachtzaamd en is geen rekening gehouden met zijn persoonlijkheidsstoornis, aldus appellant. Appellant heeft ook kritiek op de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Volgens appellant is sprake van een onjuiste maatman en is zijn maatmaninkomen niet goed berekend.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt voorop dat het hoger beroep van appellant slechts is gericht tegen de ongegrondverklaring van het beroep tegen het bestreden besluit.

4.2. De Raad is gelet op de beschikbare medische en andere gegevens omtrent appellant, met de rechtbank, van oordeel dat het Uwv een voldoende zorgvuldig onderzoek naar de gezondheidstoestand van appellant heeft gedaan en bij de beoordeling van de klachten van appellant in de Functionele Mogelijkheden Lijst in voldoende mate rekening heeft gehouden met de voor hem geldende beperkingen. De Raad onderschrijft geheel de daaraan in de aangevallen uitspraak gewijde, uitvoerige overwegingen 9 en 10 en maakt deze tot de zijne. Evenals de rechtbank trekt de Raad daaruit de conclusie dat het bestreden besluit berust op een toereikende medische grondslag. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische stukken ingebracht die aanknopingspunten bieden voor een andere uitkomst.

4.3. De Raad neemt ook over de overwegingen 13 tot en met 18 en de daarop gebaseerde conclusie van de rechtbank met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank heeft daarin, onder verwijzing naar de rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige van 8 oktober 2010 en 3 november 2010, uitvoerig gemotiveerd waarom zowel de grond dat het Uwv is uitgegaan van een onjuiste maatman als de grond dat het maatmaninkomen te laag is vastgesteld niet leidt tot vernietiging van het bestreden besluit. Ook in hoger beroep heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat het Uwv bij de bepaling van de maatman en de vaststelling van het maatmaninkomen van onjuiste gegevens is uitgegaan.

4.4. Voorts is de Raad van oordeel dat appellant, rekening houdend met de vastgestelde functionele mogelijkheden, in staat moet worden geacht op 1 juni 2009 de met hem besproken functies te vervullen en dat daaruit indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% voortvloeit.

4.5. Uit de overwegingen 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2012.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) G.J. van Gendt.

GdJ