Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV7367

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-03-2012
Datum publicatie
01-03-2012
Zaaknummer
11-3129 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de Svb niet in redelijkheid gebruik kon maken van de hem op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb toekomende bevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3129 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2011, 10/5469 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 1 maart 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2012.

Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M. Aalders.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante, die woonachtig is in Marokko, heeft op 26 oktober 2005 een aanvraag om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) ingediend in verband met het overlijden van haar echtgenoot op 28 augustus 2005. De afwijzing van deze aanvraag door de Svb bij besluit van 24 november 2005 is, na een bezwaar- en beroepsprocedure, uiteindelijk bij besluit op bezwaar van 26 juni 2007 opnieuw gehandhaafd. Tegen laatstgenoemd besluit heeft appellante geen beroep ingesteld.

2. Bij brief van 8 april 2010 heeft appellante een nieuwe aanvraag om een nabestaandenuitkering gedaan. Daarbij heeft zij gewezen op de financiële afhankelijkheid van haar overleden echtgenoot, op het ten tijde van haar aanvraag ontbreken van inkomsten en op haar gezondheidssituatie. Onder verwijzing naar het besluit van 24 november 2005 heeft de Svb deze aanvraag bij besluit van 31 mei 2010 afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan het besluit van 24 november 2005 zou kunnen worden herzien.

3. Bij besluit van 10 september 2010 heeft de Svb het door appellante tegen het besluit van 31 mei 2010 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

4.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het besluit van 10 september 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

4.2. De rechtbank heeft - onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Raad - het toetsingskader voor het bestuursorgaan en de bestuursrechter uiteengezet voor een geval waarin, zoals hier aan de orde, na een eerdere afwijzing sprake is van een herhaalde aanvraag. De rechtbank heeft daarbij gewezen op artikel 4:6, eerste lid, van de Awb volgens welk artikellid appellante, na de in overweging 1 vermelde eerdere afwijzing van haar aanvraag, bij het doen van een nieuwe aanvraag gehouden is om nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Volgens het tweede lid van artikel 4:6 kan de Svb bij gebreke van een vermelding als evenbedoeld de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar het eerdere afwijzende besluit.

4.3. De rechtbank heeft vastgesteld dat in de door appellante in beroep aangevoerde gronden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Awb besloten ligt.

5. Appellante heeft in hoger beroep haar in bezwaar en beroep aangevoerde gronden en argumenten in essentie herhaald. Voorts heeft zij gesteld dat destijds geen informatie is verstrekt over de mogelijkheid van vrijwillige verzekering.

6.1. De Raad heeft geen aanleiding gezien een ander oordeel te geven over het bestreden besluit dan de rechtbank heeft gedaan. Mede gelet op het verhandelde ter zitting, waar de Svb een nadere toelichting heeft gegeven op het bestreden besluit, heeft de Raad ook geen aanknopingspunten gezien voor het oordeel dat de Svb niet in redelijkheid gebruik kon maken van de hem op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb toekomende bevoegdheid. De in hoger beroep aangevoerde grond over de informatieverstrekking over de vrijwillige verzekering moet reeds buiten beschouwing blijven omdat volgens vaste rechtspraak in gevallen waarin het gaat om de beoordeling van een herhaalde aanvraag met toepassing van artikel 4:6 van de Awb alleen in aanmerking komen feiten en daarmee samenhangende gronden en argumenten die uiterlijk in de bezwaarprocedure naar voren zijn gebracht.

6.2. De Raad wijst er overigens nog op dat de vertegenwoordiger van de Svb ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat met de uiteenzetting in het bestreden besluit onder het kopje “Uitleg geen recht op Anw-uitkering” niet is beoogd toch een inhoudelijk oordeel te geven over de aanvraag van appellante maar dat deze uiteenzetting is bedoeld als verlening van service dan wel verstrekking van informatie aan appellante. Deze verklaring komt de Raad noch onaanvaardbaar noch onjuist voor.

6.3. De overwegingen 6.1 en 6.2 leiden de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekesi als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2012.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) Z. Karekesi.

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par C.W.J. Schoor en présence de Z. Karekesi en qualité de

greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 mars 2012.