Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV3880

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-02-2012
Datum publicatie
14-02-2012
Zaaknummer
09/2117 WWB + 11/6265 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na tussenuitspraak (LJN BR2124) is geconstateerde gebrek dat aan het besluit van 7 oktober 2008 kleefde hersteld door appellant alsnog bijstand naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10% toe te kennen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2117 WWB

11/6265 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 april 2009, 08/4842, (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe (college)

Datum uitspraak: 7 februari 2012

I. PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 6 september 2011, LJN BR2124, een tussenuitspraak gedaan. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het college op 12 oktober 2011 een nieuw besluit genomen.

Namens appellant heeft mr. Verweij bij brief van 8 november 2011 zijn zienswijze naar voren gebracht.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 21, eerste en zede lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. Tevens is besloten de zaak te verwijzen naar de enkelvoudige kamer.

Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. In aansluiting op de tussenuitspraak van 6 september 2011 overweegt de Raad het volgende.

2. Het college heeft bij zijn besluit van 12 oktober 2011 het door de Raad geconstateerde gebrek dat aan het besluit van 7 oktober 2008 kleefde hersteld door appellant alsnog bijstand naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10% toe te kennen over de periode van 11 februari 2008 tot en met 15 april 2008.

3. Het besluit van 12 oktober 2011 wordt met toepassing van de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb bij het geding in hoger beroep betrokken.

4. Volgens de zienswijze van appellant geeft de inhoud van het besluit van 12 oktober 2011 geen aanleiding tot het maken van nadere opmerkingen.

5. Onder verwijzing naar wat in de tussenuitspraak is overwogen komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen wordt het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2008 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, voor zover dat betrekking heeft op de periode van 11 februari 2008 tot 16 april 2008, wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Voorts wordt het beroep tegen het besluit van 12 oktober 2011 ongegrond verklaard.

6. Er is aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en € 805,-- in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand, derhalve in totaal € 1.449,--.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2008 gegrond;

Vernietigt het besluit van 7 oktober 2008 voor zover dit betrekking heeft op de periode van 11 februari 2008 tot 16 april 2008;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 12 oktober 2011 ongegrond;

Veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.449,--, te betalen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 149,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2012.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) J. de Jong.

HD