Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BV0802

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-01-2012
Datum publicatie
13-01-2012
Zaaknummer
11-527 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om vergoeding van de niet-gedekte kosten van behandeling door een arts-acupuncturist. De klachten waarvoor appellante met acupunctuur wordt behandeld houden geen verband met de vervolging. Het bestreden besluit is deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. Geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van dit besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/527 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad,

thans: de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: verweerder)

Datum uitspraak: 12 januari 2012

I. PROCESVERLOOP

Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), voortgezet door de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUV van de PUR.

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 31 december 2010, kenmerk BZ01262568, BZ01 WUV 000483 (hierna: bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2011. Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante, geboren in 1921, is in 1974 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv, onder meer wegens verblijf in een concentratiekamp. Verweerder heeft aanvaard dat haar psychische klachten, darmklachten en doofheid in verband staan met de door haar ondergane vervolging.

1.2. In juli 2010 heeft appellante verzocht om vergoeding van de niet-gedekte kosten van behandeling door de arts-acupuncturist I.B. Cohen. Bij besluit van 27 oktober 2010, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1. Verweerder heeft de aanvraag van appellante afgewezen op de grond dat de klachten waarvoor zij met acupunctuur wordt behandeld geen verband houden met de vervolging. Deze beslissing is door verweerder gebaseerd op een medisch advies van zijn geneeskundig adviseur, de arts A.J. Maas. Bij dit advies heeft Maas de inlichtingen betrokken die hij heeft verkregen van de behandelend arts-acupuncturist Cohen.

2.2. In bezwaar heeft appellante aangevoerd dat haar hoge bloeddruk (hypertensie) en aangezichtspijnen (trigeminusneuralgie) wel degelijk in verband staan met de door haar ondergane vervolging. Zij heeft daarbij een nieuwe verklaring van Cohen overgelegd.

2.3. Verweerder heeft het bezwaar om advies voorgelegd aan een andere geneeskundig adviseur, de arts G.L.G. Kho. Deze heeft het advies van Maas onderschreven. Hij heeft daarbij aangegeven dat hypertensie en aangezichtspijn op basis van trigeminusneuralgie naar de huidige medische inzichten constitutionele degeneratieve aandoeningen zijn.

De klachten zijn ook pas tientallen jaren na de vervolging ontstaan. Voor de andersluidende opvatting van Cohen is geen medische onderbouwing gegeven, aldus Kho.

2.4. De Raad acht het bestreden besluit op grond van deze advisering deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. In de beschikbare medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt dat verweerder, in het voetspoor van zijn geneeskundig adviseurs, heeft ingenomen. De enkele niet nader onderbouwde stelling van de behandelend arts-acupuncturist Cohen dat de ontberingen van Auschwitz op veel latere leeftijd nog klachten zoals hypertensie en trigeminusneuralgie kunnen geven, is daarvoor niet voldoende. Overigens heeft appellante in haar bezwaarschrift zelf aangegeven dat haar hoge bloeddruk niets met de oorlog te maken heeft.

2.5. Appellante heeft nog gesteld dat zij bij de behandeling met acupunctuur veel baat heeft. Dit kan echter niet tot een ander oordeel leiden. De vraag is hier niet of de klachten door de behandeling zijn verminderd, maar of zij aan de ondergane vervolging zijn toe te schrijven.

2.6. Het beroep van appellante moet dus ongegrond worden verklaard.

3. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2012.

(get.) R. Kooper.

(get.) B. Bekkers.

RB