Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BV0089

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
05-01-2012
Zaaknummer
10-6681 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering gemaakte kosten van behandeling door psychotherapeut te vergoeden. Behandelaar is niet als (psycho)therapeut geregistreerd in het BIG-register. Gezien de strikte uitleg die hier aan de kwalificatie van een therapeut wordt gegeven, hoeft verweerder niet per individueel geval te beoordelen of een therapeut op grond van zijn (bijzondere) kwalificaties voldoet aan de eisen van een BIG-geregistreerde therapeut.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6681 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: verweerder)

Datum uitspraak: 22 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), voortgezet door de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUV van de PUR.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 oktober 2010, kenmerk BZ01168510 (verder: bestreden besluit). Dit besluit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2011. Daar is appellant verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant, geboren in 1953, is in 1994 op grond van de Wuv gelijkgesteld met de vervolgde. Aangenomen is dat de psychische klachten van appellant in overwegende mate in verband staan met de vervolgingsgevolgen van zijn ouders. Aan appellant is bij besluit van 13 januari 1995 een vergoeding toegekend van de kosten verbonden aan

- samengevat - de behandeling door een psychiater of (gekwalificeerde) psychotherapeut.

1.2. Naar aanleiding van een door appellant in januari 2010 ingediende declaratie heeft verweerder bij betalingsbeschikking van 16 februari 2010 geweigerd de over de periode 29 oktober 2009 tot 26 november 2009 gemaakte kosten van behandeling door [naam therapeut] (Praktijk voor Psychotherapie) te vergoeden. Dit op de grond dat de behandelaar niet is opgenomen in het overheidsregister voor beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register). Het tegen het besluit van 16 februari 2010 ingediende bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

1.3. In beroep heeft appellant onder meer naar voren gebracht dat in de Wuv niet een BIG-registratie als voorwaarde wordt genoemd en dat de behandelaar staat geregistreerd in het EAP register, welke registratie in de ons omringende landen voldoende is voor vergoeding door verzekeraars.

2. De Raad overweegt als volgt.

2.1. Naar vaste rechtspraak van de Raad hoeft aan de toepassing van artikel 20 (en 21) van de Wuv ten aanzien van de kosten van een (para-)medische behandeling op zich niet in de weg te staan dat die behandeling door de medische wetenschap niet algemeen wordt erkend, mits die therapie wordt gegeven door of onder toezicht van een arts dan wel een erkend psychotherapeut. Verweerder merkt sinds 1999 als erkende psychotherapeuten uitsluitend aan diegenen die op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) als zodanig zijn geregistreerd. De Raad heeft al meermalen uitgesproken dit niet onaanvaardbaar te achten, omdat hierdoor op inzichtelijke wijze is gewaarborgd dat is voldaan aan de aan een therapeut te stellen eisen van vakbekwaamheid.

2.2. Zoals uit de stukken blijkt en ook niet is betwist, is [naam therapeut] niet als (psycho)therapeut geregistreerd in het BIG-register. Verweerder heeft naar het oordeel van de Raad de behandeling door [naam therapeut] dan ook terecht niet voor vergoeding in aanmerking gebracht. Gezien de strikte uitleg die hier aan de kwalificatie van een therapeut wordt gegeven, hoeft verweerder naar het oordeel van de Raad niet per individueel geval te beoordelen of een therapeut op grond van zijn (bijzondere) kwalificaties voldoet aan de eisen van een BIG-geregistreerde therapeut. Verweerder heeft geen aanleiding gezien gebruik te maken van de mogelijkheid af te wijken van het gestelde onder 2.1 omdat - zoals ter zitting nader toegelicht - hiervoor alleen aanleiding bestaat indien de betrokkene al bij de behandelaar onder behandeling stond vóór inwerkingtreding van de Wet BIG en dat is bij appellant niet het geval. De Raad kan dit niet onredelijk achten.

3. Gezien het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2011.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) E. Heemsbergen.

HD