Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU9983

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
04-01-2012
Zaaknummer
11-925 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering om appellant in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van (onder meer) de WAO. Appellant was reeds bij de aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de door appellant overgelegde medische stukken niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/925 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/590 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft een nader stuk toegezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 11 november 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Visch.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft het Uwv verzocht om terug te komen van een besluit van 11 juni 1993. Bij dit besluit is geweigerd om appellant in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van (onder meer) de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

1.2. Deze weigering berustte op de constatering dat appellant als gevolg van tuberculose reeds arbeidsongeschikt was op het tijdstip waarop de WAO-verzekering een aanvang nam, te weten 12 februari 1990. Hierdoor is geen uitkering toegekend.

1.3. Bij besluit van 12 november 2009 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 11 juni 1993 omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gebleken die tot de conclusie kunnen leiden dat appellant - anders dan destijds is vastgesteld - bij de aanvang van de WAO-verzekering wel arbeidsgeschikt was.

1.4.Bij besluit van 20 januari 2010 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv erop gewezen dat het mogelijk is dat appellants gezondheid de laatste tijd slechter is geworden, maar dat dit niet wegneemt dat appellant reeds bij de aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was.

2. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met het bestreden besluit en heeft het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat zijn klachten zijn verergerd en dat hij momenteel volledig arbeidsongeschikt is. Hij meent dat het Uwv hem opnieuw medisch had moeten onderzoeken.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. Het geschil is toegespitst op de vraag of er voor het Uwv aanleiding bestond om de weigering in 1993 van de WAO-uitkering opnieuw te bezien.

4.2. De Raad is van oordeel dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende heeft besproken en op goede gronden heeft gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de door appellant overgelegde medische stukken niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor een nieuw (medisch) onderzoek is daarom geen aanleiding.

4.3. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.J. Penning.

TM