Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU9258

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
11-832 ANW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BX4148
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden woonachtig in Marokko en ontving een uitkering ingevolge de AOW. Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering, omdat appellante niet als nabestaande in de zin van de ANW moet worden aangemerkt. Haar echtgenoot was op de dag van overlijden niet verzekerd voor de ANW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/832 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/1764 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 23 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2011.

Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is geboren in 1951 en woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1943, is op 13 juli 2009 overleden. De echtgenoot was ten tijde van zijn overlijden woonachtig in Marokko en ontving een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).

1.2. Appellante heeft een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Bij besluit van 11 september 2009 heeft de Svb de aanvraag afgewezen.

1.3. Bij besluit van 22 maart 2010 is het bezwaar van appellante tegen het besluit

van 11 september 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellante tegen het besluit van 22 maart 2010 ongegrond verklaard. Daarbij is geoordeeld dat appellante niet als nabestaande in de zin van de ANW moet worden aangemerkt, omdat haar echtgenoot op de dag van overlijden niet verzekerd is voor deze wet. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot niet verzekerd is op grond van artikel 13, eerste lid, van de ANW, omdat hij niet als ingezetene kan worden beschouwd. De rechtbank wijst erop dat de echtgenoot ten tijde van het overlijden niet in Nederland woonde of werkte. Overwogen is dat de echtgenoot niet als verzekerde ingevolge artikel 26 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 kan worden beschouwd, nu dit artikel per 1 januari 2000 is vervallen. Aan het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko kan appellante evenmin verzekering voor de ANW ontlenen. De rechtbank is niet gebleken dat de echtgenoot gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren voor de ANW. Ten slotte is in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de omstandigheid dat appellante ziek is en niet kan werken geen bijzondere omstandigheid is die dwingendrechtelijke bepalingen van de ANW opzijzet.

3. Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. Zij heeft aangevoerd dat de echtgenoot een AOW-uitkering ontving en dat zij ziek is en niet kan werken. In hoger beroep heeft appellante medische gegevens overgelegd. Zij heeft verzocht om een onderzoek naar haar gezondheid.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad constateert dat appellante in hoger beroep heeft volstaan met het herhalen van bij de rechtbank ingebrachte beroepsgronden. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname bij de rechtbank, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan de rechtbank.

4.2. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de beweerdelijke omstandigheid dat appellante ziek is en niet kan werken geen bijzondere omstandigheid is die de dwingendrechtelijke bepalingen van de ANW in dit geval opzij kan zetten. De in hoger beroep overgelegde medische gegevens leiden niet tot een ander oordeel. De Raad ziet dan ook geen aanleiding te bepalen dat een onderzoek naar de gezondheid van appellante zal plaatsvinden.

5. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Raad:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2011.

(get.) J.P.M. Zeijen.

(get.) G.J. van Gendt.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

EK