Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU9249

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
11-1110 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De WAO-uitkering is per 26 oktober 2009 ongewijzigd vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en wordt met ingang van 6 januari 2010 verlaagd en berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Geen onzorgvuldig onderzoek. Er is geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, noch aan de juistheid van de FML. Geschiktheid functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1110 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2011, 09/6072 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S. van Andel, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante genoot sinds mei 2004 een WAO-uitkering, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, in verband met (onder meer) rugklachten. Bij besluit van 25 augustus 2009 heeft het Uwv appellante medegedeeld dat haar WAO-uitkering per 26 oktober 2009 wordt vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 16 december 2009 gegrond verklaard wat betreft de effectueringsdatum van de herziening. De WAO-uitkering is per 26 oktober 2009 ongewijzigd vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en wordt met ingang van 6 januari 2010 verlaagd en berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellante ingestelde beroep tegen het besluit van 16 december 2009 ongegrond verklaard. Zij heeft hiertoe overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts zijn medische beoordeling, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 oktober 2009, voldoende heeft gemotiveerd en dat de door appellante aangedragen gronden geen aanleiding geven tot twijfel aan de opvatting van de bezwaarverzekeringsarts.

2. Appellante heeft in hoger beroep de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald. Zij is van mening dat haar beperkingen zijn onderschat. Zij kan niet lang staan, moet ’s middags rusten waardoor een urenbeperking noodzakelijk is en kan maximaal 5 minuten achtereen achter de computer zitten.

3.1. De Raad ziet geen aanleiding om het onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsarts onzorgvuldig te achten. De verzekeringsarts heeft appellante lichamelijk onderzocht en rekening gehouden met de reeds bekende medische gegevens, waaronder de herniaoperaties in 2003. De bezwaarverzekeringsarts heeft dossieronderzoek verricht en met appellante gesproken op de hoorzitting. Hij heeft, naar aanleiding van het bezwaar van appellante op dit punt, aanleiding gezien om een aantal aangenomen beperkingen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren, te laten vervallen. Voorts ziet de Raad, evenals de rechtbank, geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, noch aan de juistheid van de FML. De bezwaarverzekeringsarts heeft bij rapportages van 8 oktober 2009 en 14 april 2011 naar het oordeel van de Raad afdoende toegelicht waarom hij geen aanleiding ziet voor een urenbeperking noch voor een verdergaande beperking ten aanzien van staan. Appellante heeft geen medische onderbouwing ingediend die aanleiding tot twijfel aan de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts zou kunnen oproepen. In de in eerste aanleg ingediende brief van de fysiotherapeut ziet de Raad, evenmin als de rechtbank, grond voor twijfel aan de medische beoordeling.

3.2. Ten aanzien van de voorgehouden functies van produktiemedewerker voedingsmiddelen (SBC 111172), produktiemedewerker industrie (SBC 111180) en boekhouder (SBC 515070) is de Raad van oordeel dat door de bezwaararbeidsdeskundige bij rapportage van 5 november 2009 afdoende is toegelicht dat deze functies geschikt zijn voor appellante. Wat betreft de door appellante ervaren beperking ten aanzien van het werken met de computer merkt de Raad nog op dat in de voorgehouden functies maximaal 15 minuten achtereen dient te worden gewerkt met toetsenbord en muis en dat appellante bij de (bezwaar) verzekeringsarts heeft aangegeven dat dit voor haar het maximum haalbare is. Deze belasting is derhalve niet alleen in overeenstemming met de FML maar ook met de door appellante aangegeven belastbaarheid.

3.3. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet.

3.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van M.D.F. Smit-de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.D.F. Smit-de Moor.

EK