Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU9189

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
09-5316 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag bijstand buiten behandeling gelaten, omdat appellant zonder bericht van verhindering niet heeft gereageerd. Appellant, die wel zijn zuster van zijn aanhouding op de hoogte had gesteld, had er voor moeten zorgen dat zijn belangen werden behartigd en aan het College de wijziging van zijn verblijfplaats moeten doorgeven. Nu appellant dat heeft nagelaten is het aan hem te wijten dat de gevraagde gegevens niet tijdig zijn verstrekt althans niet tijdig om uitstel is verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5316 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 13 augustus 2009, 08/1164 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen (hierna: College)

Datum uitspraak: 20 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.J. Nijssen, advocaat te Zierikzee, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2011. Voor appellant is verschenen mr. R. Wouters, advocaat te Zierikzee als opvolgend gemachtigde. Het College heeft zich, zoals bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Op 21 mei 2008 heeft appellant een aanvraag om bijstand ingediend. Bij brief van

13 juni 2008 heeft het College appellant uitgenodigd voor een gesprek op 19 juni 2008 over de behandeling van zijn aanvraag. Daarbij is verzocht om op dat moment ontbrekende gegevens te overleggen, waaronder een afschrift met volgnummer 54 van zijn bankrekening en afschriften van zijn spaarrekening over de periode van 21 februari 2008 tot en met 21 mei 2008. Appellant is op 19 juni 2008 niet verschenen.

1.2. Bij besluit van 23 juni 2008 heeft het College de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gelaten op de grond dat appellant zonder bericht van verhindering niet heeft gereageerd.

1.3. Tegen het besluit van 23 juni 2008 heeft appellant bezwaar gemaakt op de grond dat hij niet in de gelegenheid was te verschijnen en de gevraagde stukken over te leggen aangezien hij van 16 juni 2008 tot en met 27 juni 2008 een straf heeft moeten uitzitten in verband met het onbetaald laten van openstaande verkeersboetes.

1.4. Bij besluit van 26 november 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 23 juni 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

4.2. Appellant heeft niet betwist dat de ontbrekende stukken voor de beoordeling van het recht op bijstand noodzakelijk zijn. De Raad stelt vast dat de gevraagde gegevens niet zijn verstrekt binnen de bij brief van 13 juni 2008 gegeven termijn en dat niet om uitstel is gevraagd voor het indienen van de stukken. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat het niet hebben kunnen voldoen aan het verzoek van het College in de risicosfeer van appellant ligt. Appellant, die wel zijn zuster van zijn aanhouding op de hoogte had gesteld, had er voor moeten zorgen dat zijn belangen werden behartigd en aan het College de wijziging van zijn verblijfplaats moeten doorgeven. Nu appellant dat heeft nagelaten is het aan hem te wijten dat de gevraagde gegevens niet tijdig zijn verstrekt althans niet tijdig om uitstel is verzocht.

4.3. Het College was dan ook bevoegd om de aanvraag van 21 mei 2008 met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling te laten. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding om te oordelen dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het buiten behandeling laten van de aanvraag gebruik heeft kunnen maken.

4.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2011.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) B. Bekkers.

HD