Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU9149

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
11-3543 WAJONG-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd wordt uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de afzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van de gemachtigde van appellant dat hij het hogerberoepschrift op 11 juni 2011 heeft verstuurd, is daarvoor niet toereikend. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3543 WAJONG-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 4 mei 2011, 10/4221 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Datum uitspraak: 21 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 27 juli 2011 heeft de Raad het namens appellant door J.W.J.M. Princen ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 27 juli 2011 heeft J.W.J.M. Princen namens appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 november 2011, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 juli 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 15 juni 2011. Het hoger beroepschrift is gedateerd 11 juni 2011. De enveloppe waarin het ter post is verzonden, draagt het poststempel 16 juni 2011. Het hogerberoepschrift is op 17 juni 2011 bij de Raad ontvangen.

In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat hij op 11 juni 2011 heeft geprobeerd het hogerberoepschrift per aangetekende post te verzenden, maar dat hem door een medewerker van het postagentschap is medegedeeld dat het niet mogelijk is om een aangetekende brief te verzenden naar een postbusnummer. De gemachtigde van appellant heeft verklaard dat hij het hogerberoepschrift vervolgens op 11 juni 2011 per gewone post heeft verzonden.

Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de afzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van de gemachtigde van appellant dat hij het hogerberoepschrift op 11 juni 2011 heeft verstuurd, is daarvoor niet toereikend.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM