Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU9143

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
11-1082 WUBO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Appellant heeft - ook - in verzet geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een beroepschrift in te (laten) dienen. Appellant heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat hij - kennelijk - wel één dag na het verstrijken van de termijn in staat was een beroepschrift in te dienen, en daarvoor niet. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1082 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 21 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 17 mei 2011 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van de rechtsvoorgangster van de Svb van 29 december 2010, verzonden op 30 december 2010, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 17 mei 2011 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 november 2011, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 17 mei 2011 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 10 februari 2011. Het beroepschrift is op 11 februari 2011 per aangetekende post verzonden en op 14 februari 2011 bij de Raad ontvangen.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het besluit van de Svb van

29 december 2010 niet op tijd heeft kunnen lezen en daarop reageren aangezien hij, in verband met zijn chronische ziekten, elders tot rust moest komen. Appellant heeft daarbij gewezen op de verschijnselen van zijn chronische depressiviteit.

De Raad is van oordeel dat appellant - ook - in verzet geen medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een beroepschrift in te (laten) dienen. Appellant heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat hij - kennelijk - wel één dag na het verstrijken van de termijn in staat was een beroepschrift in te dienen, en daarvoor niet.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM