Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU8976

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
22-12-2011
Zaaknummer
11-1917 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ziekengeld. De eerdere uitspraak van de rechtbank is in kracht van gewijsde gegaan, zodat in dit geding als vaststaand moet worden aangenomen dat inpakwerk als de maatstaf voor de arbeid geldt. Uit zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de aard en de zwaarte van voormeld werk, blijkt dat het ging om licht inpakwerk waarbij geen sprake was van tempodruk. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar werk in feite zwaarder was dan de bezwaararbeidsdeskundige na onderzoek bij voormeld bedrijf heeft vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1917 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 17 februari 2011, 10/1862 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. Heek, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2011.

Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Heek. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. van Steenwijk.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is van 1 december 2004 tot 1 december 2006 in het kader van de Wet sociale werkvoorziening als administratief medewerkster in dienst geweest van [naam Holding BV] te [vestigingsplaats]. Na herstel van een ongeval in mei 2006, waarbij appellante een fractuur opliep van een vinger van haar rechter hand, heeft zij vanaf begin oktober 2006 inpakwerk verricht op de linnenkamer. Na een ziekmelding in november 2006 is aan appellante met ingang van 1 december 2006 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend.

1.2. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek is aan appellante bij besluit van 15 augustus 2007 meegedeeld, dat zij met ingang van 22 augustus 2007 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid. Bij besluit van 29 november 2007 is het tegen het besluit van 22 augustus 2007 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2.1. Bij uitspraak van 9 september 2008 heeft de rechtbank Utrecht het besluit van 29 november 2007 vernietigd. Daarbij is overwogen dat het Uwv onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd waarom de lichte administratieve werkzaamheden dienden te worden aangemerkt als maatstaf voor de in aanmerking te nemen arbeid en niet het werk op de linnenkamer.

2.2. Het Uwv heeft bij besluit van 24 oktober 2008 het bezwaar tegen voormeld besluit van 29 november 2007 opnieuw ongegrond verklaard.

3. 1. Bij uitspraak van 21 december 2009 heeft de rechtbank Utrecht het besluit van 24 oktober 2008 wegens strijd met artikel 19 van de ZW vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank diende het laatstelijk door appellante voor haar ziekmelding verrichte inpakwerk als haar arbeid in de zin van voormeld artikel van de ZW te worden aangemerkt.

3.2. Ter uitvoering van de onder 3.l vermelde uitspraak heeft het Uwv, na een hoorzitting en verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, op 29 april 2010 een nieuw besluit genomen (het bestreden besluit), waarbij het bezwaar tegen het besluit van

15 augustus 2007 opnieuw ongegrond is verklaard.

4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hierbij - samengevat - overwogen dat na voormelde uitspraak van 21 december 2009 een zorgvuldig onderzoek door de bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts heeft plaatsgevonden en dat appellante op goede gronden geschikt is geacht voor de laatstelijk door haar verrichte arbeid. Naar het oordeel van de rechtbank zijn door appellante geen aanknopingspunten aangereikt voor een andersluidend oordeel per de datum in geding.

5.1. De Raad stelt vast dat de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2009 in kracht van gewijsde is gegaan, zodat in dit geding als vaststaand moet worden aangenomen dat voormeld inpakwerk als de maatstaf voor de arbeid in de zin van artikel 19 van de ZW geldt. De Raad ziet verder in de door appellante in hoger beroep aangevoerde gronden

- welke in wezen een herhaling vormen van hetgeen in beroep is aangevoerd - geen reden voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank. Ook naar het oordeel van de Raad heeft de betrokken bezwaararbeidsdeskundige een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de aard en de zwaarte van voormeld werk. Uit de opgemaakte rapporten blijkt dat het ging om licht inpakwerk waarbij geen sprake was van tempodruk. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar werk in feite zwaarder was dan de bezwaararbeidsdeskundige na onderzoek bij voormeld bedrijf heeft vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts heeft verder genoegzaam uiteengezet dat de beperkingen van appellante, met name wat betreft de functie van de rechterhand en de linkerarm, niet van dien aard waren dat zij buiten staat was dit inpakwerk te verrichten.

5.2. Uit hetgeen hiervoor onder 5.1 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) Z. Karekezi.

GdJ