Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU8637

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
10-2874 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking ZW-uitkering. De rechtbank heeft het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard. Appellant ontving ten tijde van de datum in geding inmiddels een WAO-uitkering en de hersteldmelding heeft daarom geen financiële gevolgen voor appellant. De geschiktheid van de in het kader van de ZW aan appellant voorgehouden functie speelt geen rol voor de duiding van functies in het kader van de WAO en deze geldt ook in een latere procedure ten aanzien van de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid niet als in rechte vaststaand. Volgens vaste rechtspraak is in de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken geen zelfstandig belang gelegen om tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep over te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2874 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 mei 2011, 09/3433

(aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 14 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Namens het Uwv is mr. W.M.J. Evers verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Aan appellant is met ingang van 17 december 2007 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Bij besluit van 11 augustus 2009 heeft het Uwv appellant met ingang van 17 augustus 2009 weer geschikt geacht om zijn werk te doen. Daarbij zijn door het Uwv enkele voor appellant geschikte functies genoemd. Bij besluit van 12 augustus 2009 zijn deze functies nog aangepast. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 augustus 2009. Bij besluit van 22 september 2009 (bestreden besluit) is dat bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. Aan appellant was inmiddels met ingang van 25 juni 2009 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend gebaseerd op een mate van ongeschiktheid van 80 tot 100%. Voorts overwoog de rechtbank dat de duur van de ZW-uitkering op 17 december 2009 was verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank had appellant daarom geen belang meer bij een beoordeling van zijn zaak in beroep.

3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat het feit dat de besluitvorming in het kader van de WAO impliceert dat appellant niet geschikt was voor de functies die ter zake van de ZW aan appellant als voorbeeld zijn voorgehouden. Daarbij wijst hij er verder op dat hij ook recht heeft op een vergoeding van proceskosten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Niet betwist is dat de hersteldmelding met ingang van 17 augustus 2009 geen financiële gevolgen voor appellant heeft. Zoals ook reeds door de rechtbank onder de aandacht werd gebracht, speelt de geschiktheid van de in het kader van de ZW aan appellant voorgehouden functie geen rol voor de duiding van functies in het kader van de WAO en geldt deze ook in een latere procedure ten aanzien van de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid niet als in rechte vaststaand. Volgens vaste rechtspraak is in de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken geen zelfstandig belang gelegen om tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep over te gaan (zie Centrale Raad van Beroep, 4 februari 1997, LJN, ZB6628). De rechtbank heeft appellant dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet, de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een veroordeling van het Uwv tot een schadevergoeding bestaat geen aanleiding. Evenmin bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier voorzitter en J.J.T. van den Corput en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2011.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) Z. Karekezi.

NK