Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU8492

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-12-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
10-3837 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening als bedoeld in art. 8:88 Awb. Geen nieuw feiten of nieuwe omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3837 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

Met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[verzoekster], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 december 2009, 08/5295,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 16 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet (Bw) van 18 december 2009 heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen de uitspraak van de Raad van 4 juni 2009 ongegrond verklaard. Bij de uitspraak van de Raad van 4 juni 2009 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2008, 07/2896 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.

Verzoekster heeft bij brief van 10 mei 2010, aangevuld bij brieven van 23 juli 2010 en 18 april 2011, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 december 2009.

De Svb heeft geen verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2011. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door

F. El Helali. De Svb heeft zich – met voorafgaand bericht – niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, in verbinding met artikel 21 van de Bw, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Bw, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Nu door verzoekster geen nieuwe feiten of nieuwe omstandigheden als bedoeld in genoemde bepaling van de Awb naar voren zijn gebracht, dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2011.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) J.R. Baas.

JL