Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU8173

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
11-6221 WWB-VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De Raad heeft het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat niet langer is voldaan aan de in artikel 8:81 van de Awb besloten liggende voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6221 WWB-VV

Centrale Raad van Beroep

U I T S P R A A K

van

DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP

inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet in geding tussen:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Walcheren

Datum uitspraak: 13 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft bij brief van 11 september 2011 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 4 augustus 2011, 11/378.

Bij brief van 9 oktober 2011 is door de A. de Bijl, de gemachtigde van verzoekster, verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

II. OVERWEGINGEN

Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Bij uitspraak van 13 december 2011, 11/5306 WWB, heeft de Raad het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat niet langer is voldaan aan de in artikel 8:81 van de Awb besloten liggende voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.

Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de voorzieningenrechter van de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;

Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

(get.) J.F. Bandringa.

(get.) E. Blijleven-de Vries.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2011.

HD