Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7831

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
10/3361 AWBZ + 10/3362 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Definitieve toekenningbeschikking pgb. Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ten onrechte de beroepen van appellanten gericht geacht tegen de besluiten van 11 februari 2009. De beroepen bij de rechtbank waren namelijk gericht tegen de besluiten van 20 augustus 2009. Als het bestuursorgaan met gebruikmaking van de bevoegdheid besluiten ambtshalve te heroverwegen en, zoals in dit geval is gebeurd, gedeeltelijk terugkomt van een eerder genomen besluit, neemt het een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen een belanghebbende bezwaar kan maken. Dit houdt in dat Agis appellanten ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun bezwaren tegen de besluiten van 11 februari 2009. Daarom moeten de beroepen van appellanten tegen de besluiten van 20 augustus 2009 gegrond worden verklaard en deze besluiten worden vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3361 AWBZ

10/3362 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant 1] en [Appellant 2], wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 28 april 2010, 09/1520 en 09/1521 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

appellanten

en

Agis zorgverzekeringen N.V. (hierna: Agis)

Datum uitspraak: 7 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft [naam vader], de vader van appellanten, hoger beroep ingesteld.

Agis heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2011. Appellanten zijn niet verschenen. Agis heeft zich laten vertegenwoordigen door D. Lake.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Agis heeft aan appellanten in de perioden van 1 januari tot en met 24 maart 2007 en van 7 mei tot en met 31 december 2007 ieder een persoongebonden budget (hierna: pgb) toegekend.

1.3. Agis heeft op 19 juli 2008 ten aanzien van appellanten zogenaamde definitieve toekenningbeschikkingen pgb genomen. Deze besluiten bevatten de eindafrekeningen van de pgb’s van appellanten over het jaar 2007. Agis heeft hierin voor [Appellant 1] het bedrag aan niet verantwoord pgb in 2007 vastgesteld op € 3.910,05 en voor [Appellant 2] op € 6.066,08 en vermeld dat deze bedragen moeten worden terugbetaald.

1.4. Appellanten hebben op 8 september 2008 tegen die besluiten bezwaar gemaakt. Agis heeft de bezwaren in haar besluiten van 11 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze bezwaren te laat waren. In die besluiten heeft Agis verder ambtshalve de besluiten van 19 juli 2008 herzien en geconcludeerd dat voor [Appellant 1] het bedrag aan niet besteed pgb in 2007 wordt vastgesteld op € 1.936,52 en voor [Appellant 2] op € 2.737,43. Agis heeft op 11 februari 2009 gecorrigeerde definitieve toekenningbeschikkingen genomen, waarin staat vermeld dat deze bedragen moeten worden terugbetaald.

1.5. Appellanten hebben op 16 maart 2009 bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 11 februari 2009. In het bezwaarschrift hebben zij aangevoerd - kort weergegeven - dat Agis bij de herziening van diverse onjuiste bedragen is uitgegaan. Agis heeft in haar besluiten van 20 augustus 2009 de bezwaren van appellanten niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft zij overwogen dat appellanten al eerder niet-ontvankelijk waren verklaard en dat er niet opnieuw bezwaar openstaat.

1.6. Appellanten hebben op 25 september 2009 tegen die besluiten beroep ingesteld.

2. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat Agis terecht appellanten niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun bezwaren tegen de besluiten van 11 februari 2009.

3. Appellanten hebben in hoger beroep gesteld dat als Agis meent dat appellanten te laat waren met hun bezwaren tegen de besluiten van 11 februari 2009, zij dan had moeten nalaten die bezwaren alsnog inhoudelijk te beoordelen en de besluiten van 19 juli 2008 aan te passen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De rechtbank heeft ten onrechte de beroepen van appellanten gericht geacht tegen de besluiten van 11 februari 2009. De beroepen bij de rechtbank waren namelijk gericht tegen de besluiten van 20 augustus 2009. Daarom wordt de aangevallen uitspraak vernietigd. De Raad doet vervolgens wat de rechtbank zou behoren doen.

4.2. Agis heeft in de besluiten van 11 februari 2009 haar eerste besluiten van 19 juli 2008 ambtshalve heroverwogen. Zij is daarbij teruggekomen van die besluiten in die zin dat de bedragen aan niet verantwoorde pgb’s in 2007 en daarmee de bedragen aan terugvorderingen zijn verlaagd. Aan een bestuursorgaan komt deze bevoegdheid ook toe. Een bestuursorgaan kan namelijk niet alleen op een verzoek van een belanghebbende, als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar ook uit eigen beweging een eerder genomen besluit gedeeltelijk dan wel in volle omvang heroverwegen. De omstandigheid dat een tegen dat besluit gericht bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens termijnoverschrijding staat daaraan niet in de weg.

4.3. Als het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid, zoals in dit geval is gebeurd, gedeeltelijk terugkomt van een eerder genomen besluit, neemt het een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen een belanghebbende bezwaar kan maken. Dit houdt in dat Agis appellanten ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun bezwaren tegen de besluiten van 11 februari 2009. Daarom moeten de beroepen van appellanten tegen de besluiten van 20 augustus 2009 gegrond worden verklaard en deze besluiten worden vernietigd. Agis moet alsnog deze bezwaren beoordelen en nieuwe besluiten op bezwaar nemen.

4.4. De gemachtigde van Agis heeft op de zitting uitgelegd dat Agis bij de berekeningen is uitgegaan van de bedragen die volgens haar administratie door appellanten zijn verantwoord. Als er volgens appellanten meer uitgaven zijn gedaan die zij nog niet verantwoord hebben, moet dat worden onderbouwd met nadere stukken, bijvoorbeeld met bankafschriften waaruit de betaling aan een zorgverlener blijkt. De Raad geeft partijen in overweging om in het kader van de bezwaarprocedure samen te bekijken waar de bedragen uiteen lopen, de reden daarvan te achterhalen en daar waar nodig appellanten in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak,

Verklaart de beroepen tegen de besluiten van 20 augustus 2009 gegrond en vernietigt die besluiten;

Bepaalt dat Agis nieuwe besluiten op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

Bepaalt dat Agis aan appellanten het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 193,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.J. de Mooij en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2011.

(get.) R.M. van Male.

(get.) P.J.M. Crombach.

HD