Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7744

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
10-1723 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Geen sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. Het College zich kunnen en mogen baseren op het weloverwogen advies van tandarts Ter Meulen. Van de zijde van appellant zijn geen objectieve medische gegevens in het geding gebracht die duiden op een noodzaak voor appellant tot het plaatsen van implantaten en kronen. Zijn standpunt dat hij psychische klachten heeft als gevolg van een in het verleden aangemeten frame-prothese heeft appellant evenmin met objectieve medische gegevens onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1723 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], voorheen wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 januari 2010, 09/4420 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (hierna: College)

Datum uitspraak: 6 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.M.A. Leijser, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2011. Voor appellant is verschenen mr. Y.E.Y. Vermeulen, kantoorgenoot van mr. Leijser. Het College heeft zich, zoals vooraf bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving ten tijde in geding bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande.

1.2. Op 20 april 2009 heeft appellant een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor de kosten van vier implantaten met kronen en een botopbouw, voor een bedrag van € 8.000,-- tot € 9.000,--. Het College heeft deze aanvraag bij besluit van 3 juni 2009 afgewezen, op de grond dat er voor appellant geen medische noodzaak aanwezig is voor de desbetreffende behandeling. Het College heeft zich daarbij gebaseerd op een medisch advies van tandarts M.G.J. ter Meulen van 25 mei 2009. Deze stelt - samengevat - dat in het geval van appellant een goed uitgevoerde frame-prothese als een adequaat (en goedkoper) alternatief volstaat.

1.3. Bij besluit van 13 augustus 2009 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van

13 augustus 2009 ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de kosten die voortvloeien uit de door hem voorgestelde tandheelkundige behandeling noodzakelijk zijn en dat een frameprothese geen alternatief is. Tevens stelt appellant dat hij psychische klachten ervaart als gevolg van een in het verleden aangemeten frame-prothese.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijstand voor zover deze niet beschikt over middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het College niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover deze niet meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

4.2. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. Ook naar het oordeel van de Raad heeft het College zich daarbij kunnen en mogen baseren op het weloverwogen advies van tandarts Ter Meulen. Van de zijde van appellant zijn geen objectieve medische gegevens in het geding gebracht die duiden op een noodzaak voor appellant tot het plaatsen van implantaten en kronen. Zijn standpunt dat hij psychische klachten heeft als gevolg van een in het verleden aangemeten frame-prothese heeft appellant evenmin met objectieve medische gegevens onderbouwd.

4.3. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en R.H.M. Roelofs en B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2011.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) J. de Jong.

HD