Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7582

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
11-265 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Voor het aannemen van meer beperkingen dan voortvloeien uit de FML is geen medische grondslag aanwezig. Uit hetgeen appellante ook in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht blijkt niet dat het Uwv de expertise van de psychiater niet heeft kunnen volgen in haar bevindingen en conclusies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/265 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2010, 09/5632 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Vosmeijer, advocaat te Amstelveen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Vosmeijer. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M. Sluys.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank – voor zover in dit geding van belang – ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 26 januari 2010. Bij dit besluit heeft het Uwv, voor de tweede maal beslissend op bezwaar, besloten de uitkering van appellante van 18 april 2009 tot en met 2 december 2009 te handhaven in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100% en met ingang van 3 december 2009 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

2. Het hoger beroep is gericht tegen de indeling vanaf 3 december 2009 in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. Appellante stelt zich op het standpunt dat in de FML rekening moet worden gehouden met meer medische klachten en beperkingen. Nu dat niet is gebeurd zijn de geduide functies niet geschikt voor appellante.

Het Uwv stelt zich op het standpunt dat de verzekeringsartsen kennis hebben genomen van appellantes klachten maar dat met name haar neurologische en reumatologische klachten wegens gebrek aan objectivering niet tot in de FML opgenomen beperkingen kunnen leiden.

3.1. De Raad stelt zich achter de aangevallen uitspraak en onderschrijft de overwegingen die de rechtbank tot haar daarin vervatte oordeel hebben geleid. Ook voor de Raad is van belang dat de bezwaarverzekeringsarts zijn rapport heeft doen steunen op een expertise van de psychiater E.M.J. Hassing. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat voor het aannemen van meer beperkingen dan voortvloeien uit de FML geen medische grondslag aanwezig is. Uit hetgeen appellante ook in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht blijkt niet dat het Uwv Hassing niet heeft kunnen volgen in haar bevindingen en conclusies. De Raad kan zich vinden in de reacties van de bezwaarverzekeringsarts van

9 maart 2011 en van de bezwaararbeidsdeskundige van 10 maart 2011 op de in hoger beroep geuite grieven. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapportage nogmaals en op overtuigende wijze uiteengezet waarom de door appellante geuite klachten niet kunnen leiden tot meer beperkingen.

3.2. Het hoger beroep van appellante treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover aangevochten.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2011.

(get.) J. Brand.

(get.) I.J. Penning.

NW