Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7462

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
10-6266 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering verzoek om terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6266 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 14 oktober 2010, 10/529 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door

mr. M. Sieben, verbonden aan de Stichting Univé Rechtshulp te Assen. Het Uwv was vertegenwoordigd door

mr. A.I. Damsma.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 31 oktober 2008 heeft het Uwv afwijzend beslist op een aanvraag van appellante om haar een WIA-uitkering toe te kennen. Daartoe is overwogen dat appellante per 28 november 2008 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 3 februari 2009 ongegrond verklaard. Appellante heeft geen rechtsmiddelen aangewend.

Op 7 augustus 2009 heeft appellante het Uwv verzocht terug te komen van het besluit van 31 oktober 2008. Bij op bezwaar genomen besluit van 26 januari 2010 (het bestreden besluit) heeft het Uwv, voor zover hier van belang, het verzoek van appellante afgewezen omdat er geen sprake is van nieuwe medische feiten of omstandigheden die een ander licht op de zaak werpen. Daarbij heeft het Uwv zich gebaseerd op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 25 januari 2010.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat hetgeen appellante heeft aangevoerd niet kan worden aangemerkt als een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 14 november 2007, LJN BB8509, heeft de rechtbank erop gewezen dat de enkele omstandigheid dat de klachten van appellante inmiddels van een etiket, dat wil zeggen: een nieuwe diagnose van een reeds bekende aandoening, zijn voorzien, geen novum vormt in de zin van artikel 4:6 van de Awb.

3. In hoger beroep heeft appellante haar in beroep aangevoerde grieven herhaald. Tevens heeft zij recente medische informatie overgelegd. Zij stelt zich op het standpunt dat dat in dit geval geoorloofd is nu het gaat om informatie die een ondersteuning vormt van hetgeen zij in bezwaar al heeft aangevoerd, zodat de jurisprudentie van de Raad zoals onder meer neergelegd in de uitspraak van 14 september 2007, LJN BB3594, haar niet kan worden tegengeworpen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Niet in geschil is dat appellante tegen het besluit van 31 oktober 2008, waarbij is vastgesteld dat zij per 28 november 2008 geen recht heeft op een WIA-uitkering, geen rechtsmiddel heeft aangewend. Het besluit van 31 oktober 2008 is mitsdien in rechte onaantastbaar.

4.2. In artikel 4:6 van de Awb is bepaald dat, indien na een geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Ingevolge het tweede lid kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb, de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit.

4.3. Ter ondersteuning van haar verzoek terug te komen van het besluit van 31 oktober 2008 heeft appellante een overzicht gegeven van de behandelingen die zij in verschillende ziekenhuizen heeft ondergaan vanaf 1 december 2006 in verband met steeds terugkerende ontstekingen van haar neusbijholten. Zij heeft aangevoerd dat zij zich onbegrepen en niet serieus genomen voelt met betrekking tot haar chronische pijnklachten in het aangezicht.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante daarmee geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb heeft aangevoerd. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen ter zake is overwogen in overweging 3.3 van de aangevallen uitspraak. Ook de omstandigheid dat aan appellante inmiddels met ingang van 23 september 2010 en WIA-uitkering is toegekend wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid voortvloeiend uit dezelfde ziekteoorzaak, kan niet als zodanig worden aangemerkt.

De Raad heeft uit hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht niet kunnen afleiden dat het Uwv, gezien de omstandigheden van dit geval, van de in artikel 4:6 van de Awb opgenomen bevoegdheid om onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking de aanvraag af te wijzen, geen gebruik had mogen maken. Niet gezegd kan worden dat het Uwv niet in redelijkheid tot zijn bestreden besluit heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven regel of met een algemeen rechtsbeginsel.

4.4. Het hoger beroep treft derhalve geen doel en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2011.

(get.) J. Brand.

(get.) I.J. Penning.

JL