Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7432

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
10-6579 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering Wet WIA-uitkering. Met de in de FML neergelegde beperkingen zijn de arbeidsmogelijkheden van appellant niet overschat. Door of namens appellant zijn geen medische gegevens aangedragen die daarop wijzen. De belasting van de aan appellant voorgehouden functies komt overeen met de in de FML neergelegde arbeidsmogelijkheden. Voor zover daarbij sprake is van een overschrijding of afwijking, is dit door de bezwaararbeidsdeskundige voldoende toegelicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6579 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 oktober 2010, 10/16 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van appellant heeft nadere stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2011. Voor appellant is verschenen mr. Van Dijk voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. van Steenwijk.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich met ingang van 12 juli 2007 ziek gemeld in verband met psychische klachten. Hij was op dat moment werkloos. Appellant heeft een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.

1.2. Op verzoek van de verzekeringsarts van het Uwv is appellant onderzocht door de psychiater R.L. Leta. Deze heeft op 2 juni 2009 rapport uitgebracht. Vervolgens heeft de verzekeringsarts voor appellant een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Daarna is rapport uitgebracht door een arbeidsdeskundige. Deze is tot de conclusie gekomen dat er functies aanwijsbaar zijn die in overeenstemming zijn met de voor appellant geldende FML. In die functies kan appellant een zodanig inkomen verdienen dat in vergelijking met de laatstelijk door hem verrichte functie van heftruckchauffeur een verlies aan verdiencapaciteit resteert van 17%.

1.3. Bij besluit van 15 september 2009 heeft het Uwv appellant per 8 september 2009 een uitkering op grond van de Wet WIA geweigerd onder overweging dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

1.4. Nadat rapport was uitgebracht door een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige, heeft het Uwv bij het bestreden besluit van 24 november 2009 de weigering van een uitkering op grond van de Wet WIA gehandhaafd, zij het dat de datum 8 september 2009 is gecorrigeerd in 8 juli 2009.

2. De rechtbank heeft appellants beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. (Ook) in hoger beroep is namens appellant betwist dat hij de aan hem voorgehouden functies kan vervullen. Gesteld is dat appellants psychische en lichamelijk klachten aan het vervullen van die functies in de weg staan.

3.2. De Raad overweegt dat met name naar de psychische klachten uitgebreid onderzoek is gedaan. Met de door de psychiater Leta aangegeven beperkingen is in de FML rekening gehouden. Ook de lichamelijke klachten van appellant zijn in de FML verwerkt. De Raad vermag niet in te zien dat met de in de FML neergelegde beperkingen de arbeidsmogelijkheden van appellant zijn overschat. Door of namens appellant zijn geen medische gegevens aangedragen die daarop wijzen. De Raad onderschrijft wat de rechtbank hieromtrent heeft overwogen.

3.3. De belasting van de aan appellant voorgehouden functies komt overeen met de in de FML neergelegde arbeidsmogelijkheden. Voor zover daarbij sprake is van een overschrijding of afwijking, is dit door de bezwaararbeidsdeskundige voldoende toegelicht.

3.4. Het onder 3.2 en 3.3 overwogene leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

4. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2011.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) J.R. Baas.

TM