Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7227

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-12-2011
Datum publicatie
07-12-2011
Zaaknummer
10-6474 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag buiten behandeling gelaten omdat appellant binnen de gestelde (herstel)termijn niet alle voor de aanvraag benodigde gegevens heeft verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6474 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2010, 10/3545 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)

Datum uitspraak: 6 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 25 oktober 2011. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft zich op 20 april 2010 gemeld bij de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam (hierna: DWI) om bijstand aan te vragen. Ten behoeve van een intakegesprek op 26 april 2010 heeft appellant een zogeheten boodschappenlijst ontvangen van stukken die appellant tijdens de intake diende over te leggen, waaronder bankafschriften van de laatste drie maanden. Appellant heeft op 26 april 2010 een aanvraag om bijstand ingediend en hem is bij brief van het College van 26 april 2010 meegedeeld uiterlijk op 3 mei 2010 alsnog de ontbrekende gegevens aan te leveren, onder meer de afschriften van rekening [nummer rekening] over de periode van 20 november 2009 tot en met 20 april 2010. Daarbij is hem te verstaan gegeven dat, indien de stukken niet of niet volledig worden verstrekt, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Appellant heeft vervolgens op 6 mei 2010 een deel van de stukken ingeleverd waaronder een bankafschrift van rekening [nummer rekening] van 16 april 2010, blad 1 met volgnummer 5.

1.2. Bij besluit van 11 mei 2010 heeft het College de aanvraag van appellant buiten behandeling gesteld met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de grond dat appellant binnen de gestelde (herstel)termijn niet alle voor de aanvraag benodigde gegevens heeft verstrekt.

1.3. Bij besluit van 16 juni 2010 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van

11 mei 2010 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 mei 2010 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich gemotiveerd gekeerd tegen de aangevallen uitspraak.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, en de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd, dat het College bevoegd was om de aanvraag van appellant buiten behandeling te laten en van die bevoegdheid in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken. De Raad voegt daaraan nog toe dat appellant vóór de afloop van de gegeven hersteltermijn niet aan de DWI heeft doorgegeven dat hij bepaalde bankafschriften niet had en evenmin heeft verzocht om een verlenging van de termijn waarin hij de bank om kopieën van afschriften had kunnen vragen. Gelet hierop treft de stelling van appellant dat hij de volgnummers 1 tot en met 4 van het door hem aangeleverde bankafschrift van 16 april 2010 nooit heeft ontvangen, wat daarvan ook zij, geen doel. De in hoger beroep aangevoerde gronden, welke in essentie neerkomen op een herhaling van hetgeen in beroep naar voren is gebracht, brengen de Raad niet tot een ander oordeel.

4.2. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2011.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) N.M. van Gorkum.

HD