Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7189

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
07-12-2011
Zaaknummer
10-5367 WUBO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwzijing aanvraag. Appellante is weliswaar getroffen door oorlogsgeweld, maar er is geen sprake van lichamelijk of psychisch letsel als gevolg van het oorlogsgeweld dat heeft geleid tot blijvende invaliditeit. De in bezwaar overgelegde verklaring van de huisarts is feitelijk niet meer dan een opsomming van de door en/of namens appellante benoemde klachten, zonder dat de huisarts daaraan een medisch oordeel verbindt. Geen dwangneurose.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5367 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerder)

Datum uitspraak: 1 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), voortgezet door de Pensioen- en Uitkeringsraad als bedoeld in die wet. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUBO van de PUR.

Namens appellante is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 3 september 2010, nummer BZ01178667, BZ01 WUB 000132 (hierna: bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2011. Namens appellante is verschenen mr. J.C.M. van Berkel, advocaat te Sittard. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante, geboren in 1925, heeft in september 2009 bij verweerder een aanvraag ingediend om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en als zodanig in aanmerking te worden gebracht voor onder meer de toeslag ter verbetering van de levensomstandigheden als bedoeld in artikel 19 van de Wubo.

1.2. Verweerder heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 7 april 2010, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Verweerder heeft wel erkend dat appellante is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo (te weten verplichte tewerkstelling te Remscheid en Bruggen), maar vervolgens geoordeeld - kort gezegd - dat er geen sprake is van lichamelijk of psychisch letsel als gevolg van het oorlogsgeweld dat heeft geleid tot blijvende invaliditeit.

2. De Raad overweegt als volgt.

2.1. Blijkens de gedingstukken is het standpunt van verweerder in overeenstemming met de adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs. Deze adviezen berusten op een rapport van een door de arts G.J.A.M. van Well verricht onderzoek van appellante en er is rekening gehouden ontvangen informatie van de huisarts van appellante. Uit die adviezen komt naar voren dat de status na fractuur aan twee vingers wel in verband staat met het oorlogsgeweld, maar deze afwijking niet leidt tot een (functionele) beperking. Wat betreft de overige gestelde lichamelijke klachten (waaronder de rugklachten en spataderen) is geoordeeld dat deze geen verband houden met het oorlogsgeweld, maar berusten op een combinatie van constitutionele en degeneratieve factoren. Verder is vermeld dat op psychisch gebied geen letsel of stoornis valt aan te wijzen.

2.2. Naar het oordeel van de Raad is het bestreden besluit op grond van deze adviezen deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. In de voorhanden medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunt gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het door verweerder, in het spoor van de geneeskundig adviseurs, ingenomen standpunt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat van de zijde van appellante geen medische gegevens zijn overgelegd die hierop een ander licht werpen. Appellante heeft in bezwaar wel een nadere verklaring overgelegd van de huisarts H.A.M. Fleerakkers. Die verklaring is feitelijk niet meer dan een opsomming van de door en/of namens appellante benoemde klachten, zonder dat de huisarts daaraan een medisch oordeel verbindt. De omstandigheid dat appellante geen eten weggooit maar restjes bewaart, heeft in het licht van het onderzoeksrapport van de arts Van Well ook bij de Raad niet kunnen leiden tot het oordeel dat er bij appellante sprake zou zijn van een dwangneurose. Hierbij wordt ook van belang geacht dat zij zich nimmer onder (specialistische) hulp heeft gesteld.

2.3. In beroep is nog betoogd dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten de door appellante in het sociaal rapport genoemde maag- en darmklachten te beoordelen. De Raad kan dit niet onderschrijven. In het sociaal rapport wordt enkel gesproken over darmklachten in het verleden, met een onduidelijk gebleven oorzaak. De enkele vermelding in het bezwaarschrift dat appellante secuur moet zijn met haar voeding omdat zij veel producten niet verdraagt acht de Raad te weinig specifiek om op basis van die vermelding een onderzoek in te stellen naar de aard en oorsprong daarvan. De Raad ziet dan ook geen aanleiding een nader onderzoek te gelasten.

3. Gezien het voorgaande kan het bestreden besluit in rechte standhouden en dient het beroep van appellante ongegrond te worden verklaard.

4. De raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en H.C.P. Venema en R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van S. Werensteijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2011.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

S. Werensteijn.

De griffier is buiten staat te tekenen.

HD