Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU7001

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
07-12-2011
Zaaknummer
10-6965 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen toekenning bovenwettelijke uitkering. Appellant was werkzaam krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met een stichting die failliet is gegaan. In zijn arbeidsvoorwaarden was een bovenwettelijke uitkering opgenomen. Gebleken is echter dat het Uwv al vanaf 1 januari 2008 geen regelingen inzake bovenwettelijke uitkeringen meer uitvoerde. Verder is niet gebleken dat in dit geval sprake was van een andere publiekrechtelijke uitvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2012/61
Module Ambtenarenrecht 2013/1328

Uitspraak

10/6965 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 november 2010, 09/8039 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 10 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Gerrits, werkzaam bij de Ntb vakbond voor musici en acteurs. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär, werkzaam bij het Uwv.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant was op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam als docent bij de [naam muziekschool] (hierna: muziekschool). De muziekschool was tot de privatisering in 2002 onderdeel van de gemeente Capelle aan den IJssel. Op de arbeidsovereenkomst van appellant met de muziekschool was de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) van overeenkomstige toepassing verklaard. In januari 2009 is de muziekschool failliet gegaan, waarna het dienstverband van appellant is beëindigd. Appellant heeft vervolgens bij het Uwv een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering, zoals genoemd in hoofdstuk 10d van de CAR-UWO aangevraagd.

1.2. Het Uwv heeft appellant bij besluit van 16 juni 2009 een WW-uitkering toegekend. Ten aanzien van de gevraagde bovenwettelijke uitkering is in hetzelfde besluit overwogen dat het Uwv de desbetreffende regeling niet meer uitvoert. Om in aanmerking te komen voor een dergelijke uitkering dient appellant contact op te nemen met de nieuwe uitvoerder.

1.3. Appellant heeft tegen het niet toekennen van deze laatste uitkering bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit van 7 oktober 2009 heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij is het standpunt gehandhaafd dat het Uwv niet bevoegd is om een besluit te nemen over de bovenwettelijke uitkering.

2. De rechtbank heeft vervolgens bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad als volgt.

3.1. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het Uwv appellant, naast een WW-uitkering, ook de gevraagde bovenwettelijke uitkering had moeten toekennen. De Raad ziet met de rechtbank geen aanknopingspunten voor het aannemen van een bevoegdheid van het Uwv hiertoe. Daartoe overweegt de Raad dat appellant werkzaam was krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met een stichting die failliet is gegaan. In zijn arbeidsvoorwaarden was een bovenwettelijke uitkering opgenomen. Gebleken is echter dat het Uwv al vanaf 1 januari 2008 geen regelingen inzake bovenwettelijke uitkeringen meer uitvoerde. Verder is niet gebleken dat in dit geval sprake was van een andere publiekrechtelijke uitvoerder.

4. Al hetgeen appellant heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. Daarom slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als leden, in tegenwoordigheid van S. Werensteijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 november 2011.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

S. Werensteijn.

De griffier is buiten staat te tekenen.

HD