Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU6980

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
07-12-2011
Zaaknummer
10-4508 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellante is overgegaan naar de Intergemeentelijke Sociale Dienst. Inbouw van de (eerder toegekende) twee extra periodieken in het salaris. Nu bij (de) inpassing rekening is gehouden met de eerder toegekende twee extra periodieken, waardoor appellante hoger in schaal 9 terecht is gekomen dan anders het geval zou zijn, valt niet in te zien waarom zij desondanks nog recht zou behouden op die twee extra periodieken bovenop haar nieuw ingepaste salaris. Van intrekking van de twee extra periodieken, zoals namens appellante is betoogd, is dan ook geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4508 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 1 juli 2010, 09/1311 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand (hierna: dagelijks bestuur),

Datum uitspraak: 1 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. A.J.M. Arentz-Veldkamp, werkzaam bij de Stichting Univé Rechtshulp. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.C.C. Balke, advocaat te Zwolle, bijgestaan door O. Paans, werkzaam bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand en M. van Hoof, werkzaam bij de gemeente Harderwijk.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellante was werkzaam als administratief medewerkster, aanvankelijk in schaal 7, met uitloopschaal 8, bij de gemeente Harderwijk. In 2001 zijn aan appellante twee extra periodieken toegekend op grond van de toenmalige gedifferentieerde beloningsregeling. Appellante bereikte het maximum van salarisschaal 8 op 1 april 2002 en behield daarenboven recht op de twee periodieken.

1.2. Met ingang van 1 juni 2005 is appellante overgegaan naar de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand (IGSD) en geplaatst in de functie van senior medewerker uitkeringsadministratie. Daarbij is appellante ingeschaald in schaal 8 (max.) en met behoud van de twee extra periodieken kwam haar feitelijke zogenoemde garantiesalaris overeen met dat van schaal 9, anciënniteit 9. Het hiertegen gemaakte bezwaar van appellante is op 31 augustus 2005 ongegrond verklaard. Appellante heeft hierin berust.

1.3. In 2007 heeft functiebeschrijving en -waardering plaatsgevonden bij de IGSD. Appellantes functie is beschreven als administratief medewerker C en gewaardeerd op functieschaal 8, met uitloopschaal 9.

1.4. Bij besluit van 3 februari 2009, zoals nadien aangevuld op 3 maart 2009, is appellante - voor zover hier van belang - per 1 januari 2008 bevorderd naar de uitloopschaal 9 met anciënniteit 10. Daarbij is appellante meegedeeld dat de persoonsgebonden toelage is ingebouwd in het salaris, zodat deze is komen te vervallen. Het hiertegen gemaakte bezwaar van appellante is bij besluit van 3 juli 2009 gehandhaafd onder aanvulling van de motivering. Overwogen is dat de persoonsgebonden toelage op basis van artikel 3.7.8 van de arbeidsvoorwaardenregeling Harderwijk komt te vervallen en dat de toelage hiermee is ingebouwd in het salaris.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellante tegen het besluit van 3 juli 2009 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep haar opvatting herhaald dat zij recht blijft houden op de twee extra periodieken, ook nadat zij het maximum van schaal 9 heeft bereikt. Dit omdat nergens staat geschreven dat deze periodieken bij bevordering verloren gaan dan wel ingebouwd kunnen worden in het salaris.

3.2. Het dagelijks bestuur heeft zich achter de aangevallen uitspraak gesteld en erop gewezen dat in feite al inbouw van de twee extra periodieken in het salaris van appellante heeft plaatsgevonden bij besluit van 31 augustus 2005. Daar is immers uitgegaan van een garantiesalaris van schaal 8 plus twee extra periodieken, waardoor appellante een salarisbedrag kreeg uitbetaald overeenkomend met dat van schaal 9, anciënniteit 9.

4. De Raad overweegt naar aanleiding van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht als volgt.

4.1. De Raad deelt niet de visie van het dagelijks bestuur dat inbouw van de twee periodieken al in 2005 heeft plaatsgevonden, zodat appellante daar nu niet meer tegen op zou kunnen komen. De vaststelling van de hoogte van het salaris van destijds had te maken met de overgang van appellante van de gemeente Harderwijk naar de IGSD en het feit dat betrokkenen er niet op achteruit mochten gaan wat betreft de hoogte van hun salaris. Appellante werd een garantiesalaris toegekend, waarbij rekening was gehouden met haar twee extra periodieken en het bedrag van dat totaal kwam overeen met salarisschaal 9, anciënniteit 9. Appellante werd echter niet officieel ingedeeld in schaal 9. Integendeel, appellante werd meegedeeld dat haar garantiesalaris niet zou worden gewijzigd en dat zij geen periodieken meer kreeg. Dat appellante geen rechtsmiddel heeft ingesteld tegen het besluit van 31 augustus 2005 kan haar in het kader van de onderhavige procedure dan ook niet worden tegengeworpen.

4.2. De bevordering naar schaal 9 heeft eerst plaatsgevonden bij de thans in geding zijnde besluitvorming, waarbij de eerder toegekende extra periodieken ook formeel zijn ingebouwd in het salaris van appellante. Appellante kwam als gevolg daarvan en met toepassing van het principe dat bij bevordering naar een hogere schaal inpassing in het naast hogere bedrag van die schaal redelijk is, recht op anciënniteit 10 per 1 januari 2008. Per 1 januari 2009 bereikte appellante het maximum van salarisschaal 9.

4.3. Evenals de rechtbank ziet de Raad niet in dat appellante daarmee tekort is gedaan. Nu bij die inpassing rekening is gehouden met de eerder toegekende twee extra periodieken, waardoor appellante hoger in schaal 9 terecht is gekomen dan anders het geval zou zijn, valt niet in te zien waarom zij desondanks nog recht zou behouden op die twee extra periodieken bovenop haar nieuw ingepaste salaris. Van intrekking van de twee extra periodieken, zoals namens appellante is betoogd, is dan ook geen sprake.

4.4. Ingevolge artikel 3:7:8 van de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Harderwijk, die ook van toepassing is op ambtenaren van de IGSD, kan aan de ambtenaar die het maximum van zijn salarisschaal heeft bereikt een toelage worden toegekend wegens buitengewone bekwaamheid, geschiktheid of ijver. In de toelichting bij deze bepaling is vermeld dat deze functioneringstoelage een structureel karakter draagt, maar gekoppeld is aan het maximumsalaris in die zin dat indien als gevolg van een functiewaarderingsronde de functie hoger wordt gewaardeerd de functioneringstoelage vervalt.

4.5. Aan appellante kan worden toegeven dat genoemde bepaling strikt genomen niet van toepassing is op haar situatie, omdat de twee extra periodieken haar destijds niet zijn toegekend bovenop het maximum van haar salarisschaal. Zij had dat maximum immers destijds nog niet bereikt. Maar dat betekent naar het oordeel van de Raad niet dat het dagelijks bestuur in dit geval niet in redelijkheid heeft kunnen handelen in lijn met hetgeen in de toelichting op genoemde bepaling is neergelegd.

5. De Raad komt tot de slotsom dat het hoger beroep van appellante geen doel treft. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2011.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) M.C. Nijholt.

RB