Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU6244

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
11-5305 WMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning handbike in de vorm van een pgb. Het pgb mag tevens worden aangewend ten behoeve van de aangevraagde rolstoelpendel. Appellant heeft zijn stelling dat hij moeilijk gebruik kan maken van de handbike niet met medische stukken onderbouwd. Voorts is appellant met de handbike adequaat gecompenseerd voor het zich lokaal verplaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2012/14

Uitspraak

11/5305 WMO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 augustus 2011, 10/6645 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp (hierna: College)

Datum uitspraak: 23 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in de zaak 10/4377 WVG, plaatsgevonden op 12 oktober 2011. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Poldermans, werkzaam bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

De Raad heeft de zaken na de sluiting van het onderzoek ter zitting gesplitst en zal daarin afzonderlijk uitspraak doen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft op 14 april 2009 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een voorziening in de vorm van een rolstoelpendel aangevraagd.

1.2. Naar aanleiding van de aanvraag heeft het College zich laten adviseren door G. Verdouw, indicatieadviseur / ergonomisch adviseur bij Argonaut Advies BV (hierna: Argonaut). Deze is in een advies van 18 juni 2009, aangevuld bij advies van 15 september 2009, op basis van dossieronderzoek, een huisbezoek en het bestuderen van medische gegevens, tot de conclusie gekomen dat een elektrisch aangedreven aankoppelhandbike van het merk Speedy type Elektra, voorzien van automatische aankoppeling, oplader, extra accu’s en montage op de handbewogen rolstoel van appellant, hetzelfde doel dient als de aangevraagde rolstoelpendel - namelijk het met de handbewogen rolstoel op plaatsen van bestemming geraken en daar met die rolstoel verder gaan - maar goedkoper is.

1.3. Bij besluit van 3 december 2009 heeft het College aan appellant een elektrische aankoppelhandbike van het type Speedy Elektra toegekend in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het pgb bedraagt € 298,-- per maand gedurende de periode van 1 december 2009 tot en met 30 november 2014, vermeerderd met een eenmalig bedrag van € 315,88 en mag tevens worden aangewend ten behoeve van een rolstoelpendel.

1.4. Bij besluit van 31 augustus 2010 heeft het College het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 december 2009 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat appellant blijkens de passing nu nog in staat is de handbike aan te koppelen en dat dit zeer weinig spierkracht kost, zodat aan te nemen is dat wanneer appellant de handbike niet meer zelfstandig kan aankoppelen, hij ook geen gebruik meer kan maken van de handbewogen rolstoel zodat op dat moment ook de rolstoelpendel inadequaat moet worden geacht. Voorts heeft het College erop gewezen dat bij nat weer regenkleding appellant kan beschermen tegen opspattend water en dat de handbike inclusief powerpack een actieradius heeft van 40 kilometer, waarmee appellant voldoende is gecompenseerd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 3 december 2009 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit het rapport van Argonaut blijkt dat appellant de rolstoel kan aankoppelen en dat dit zeer geringe inspanning kost. Appellant heeft zijn stelling dat hij moeilijk gebruik kan maken van de handbike niet met medische stukken onderbouwd. Voorts is appellant met de handbike adequaat gecompenseerd voor het zich lokaal verplaatsen.

3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt haar hiervoor weergegeven overwegingen tot de zijne. Nu appellant zijn standpunt, dat hij moeilijk gebruik kan maken van de handbike, ook in hoger beroep niet heeft onderbouwd door middel van objectieve en verifieerbare gegevens ziet de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De aangevallen uitspraak zal derhalve worden bevestigd.

4. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2011.

(get.) R.M. van Male.

(get.) P.J.M. Crombach.

IJ