Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU6055

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
10-5842 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling. Het Uwv is met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 augustus 2011 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/5842 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 september 2010, 09/5059 WIA (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 25 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.A. Misker, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, kantoor Breda, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2011.

De Raad heeft bij tussenuitspraak van 1 juni 2011 het Uwv opgedragen het gebrek in het bestreden besluit van 13 oktober 2009 te herstellen.

Het Uwv heeft op 23 augustus 2011 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 7 september 2011 heeft mr. Misker namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 augustus 2011 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.

De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over het verschil tussen de WGA-uitkering en de IVA-uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, vermeerderd met de kosten voor het opvragen van medische informatie bij de huisarts ten bedrage van € 37,07.

Ten aanzien van de door appellante gevorderde kosten voor het opvragen van schriftelijke informatie bij het AMC te Amsterdam merkt de Raad op dat deze declaraties niet zien op stukken die in de procedure bij de rechter zijn overgelegd. De gemaakte kosten komen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1233,07.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2011.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

TM