Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU4840

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
11-172 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaren zijn door het College terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens - niet verschoonbare - overschrijding van de wettelijke termijn voor het maken van bezwaar. Niet aannemelijk gemaakt dat appellant vanwege depressiviteit niet in staat was tijdig bezwaar te maken, dan wel te laten maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/172 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 1 december 2010, 10/2595 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland (hierna: College)

Datum uitspraak: 8 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.B. Teunis, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 27 september 2011. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 17 augustus 2009, verzonden op 26 augustus 2009, heeft het College de bijstand van appellant ingetrokken met ingang van 18 juni 2009. Voorts heeft het College bij besluit van 1 oktober 2009, verzonden op 7 oktober 2009, de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 18 juni 2009 tot en met 30 juni 2009 tot een bedrag van

€ 142,22 van appellant teruggevorderd.

1.2. Bij besluit van 4 maart 2010 heeft het College de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 17 augustus 2009 en 1 oktober 2009 niet-ontvankelijk verklaard wegens - niet verschoonbare - overschrijding van de wettelijke termijn voor het maken van bezwaar.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 4 maart 2010 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 17 augustus 2009 door persoonlijk een bezwaarschrift aan de balie van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten af te geven. Voorts heeft hij aangevoerd dat de termijnoverschrijding van het bezwaar tegen het besluit van 1 oktober 2009 verschoonbaar is, omdat hij door depressiviteit niet eerder bezwaar kon maken.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt voorop dat de stelling dat een bezwaarschrift is afgegeven, in een geval waarin het bestuursorgaan het geschrift stelt niet te hebben ontvangen, onvoldoende is om aan te nemen dat het bezwaarschrift is ingediend. Het is in dat geval aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat hij het geschrift heeft afgegeven.

4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant zijn stelling dat hij binnen de termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van 17 augustus 2009 - die is aangevangen op 27 augustus 2009 en geëindigd op 7 oktober 2009 - persoonlijk een bezwaarschrift heeft afgegeven aan een baliemedewerkster van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten met de naam Karin niet aannemelijk heeft gemaakt. De verklaring van deze medewerkster dat zij wel eens papieren van appellant in ontvangst heeft genomen en niet weet wanneer zij papieren van appellant heeft ontvangen, is hiervoor onvoldoende.

4.3. De Raad is eveneens met de rechtbank van oordeel dat van een verschoonbare overschrijding van de termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van 1 oktober 2009 geen sprake is. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege depressiviteit niet in staat was tijdig bezwaar te maken, dan wel te laten maken.

4.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2011.

(get.) E.J.M. Heijs.

(get.) M.C. Nijholt.

HD