Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU4806

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
09-5391 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Buitenwettelijk begunstigend beleid. De Raad stelt vast dat het College in overeenstemming met het beleid heeft gehandeld. Bij de vaststelling van de noodzaak van de behandeling hoefde het College zich derhalve niet te laten leiden door de verklaring van de tandarts van appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/5391 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 20 augustus 2009, 08/6990 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: College)

Datum uitspraak: 8 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.M. Bonsen-Lemmers, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2011. Namens appellante is verschenen mr. Bonsen-Lemmers. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.E. van Dijk, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het navolgende.

1.1. Appellante heeft op 18 februari 2008 bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten die betrekking hebben op de periode van 11 juni 2007 tot en met

18 december 2007.

1.2. Bij besluit van 29 februari 2008 heeft het College de aanvraag afgewezen. Bij besluit van 23 september 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 29 februari 2008 ongegrond verklaard, op de grond dat de totale kosten boven € 1.000,-- zijn gelegen en het College niet in de gelegenheid is gesteld om, voorafgaande aan de behandeling, een GGD-advies te vragen teneinde de noodzaak van de behandeling vast te stellen.

Daarbij heeft het College verwezen naar zijn beleid.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 23 september 2008 ongegrond verklaard.

3. Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat appellante al jarenlang gebitsproblemen heeft, waarvoor telkens tandheelkundig ingrijpen noodzakelijk is. Daartoe heeft appellante verwezen naar een verklaring van haar tandarts. Verder is ter zitting aangevoerd dat het beleid van het College dat ten grondslag ligt aan de afwijzing niet bij appellante bekend was.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het College voert ten aanzien van aanvragen om bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 van de WWB, een beleid waarbij personen in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand ook al is er sprake van een toereikende en passende voorliggende voorziening, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de WWB. Op grond van dit beleid dienen aanvragen om bijzondere bijstand ter vergoeding van tandartskosten hoger dan

€ 1.000,-- eerst aan het College te worden voorgelegd, alvorens de behandeling plaatsvindt. Het College vraagt in dat geval eerst een medisch advies van de GGD. Op basis van dit advies wordt bepaald of de behandeling noodzakelijk is.

4.2. De Raad kwalificeert dit beleid als buitenwettelijk begunstigend beleid. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt een dergelijk beleid als gegeven aanvaard en dient de door de bestuursrechter te verrichten toetsing zich te beperken tot de vraag of het beleid op consistente wijze is toegepast.

4.3. De Raad stelt vast dat het College in overeenstemming met het beleid heeft gehandeld. Bij de vaststelling van de noodzaak van de behandeling hoefde het College zich derhalve niet te laten leiden door de verklaring van de tandarts van appellante.

4.4. De grief van appellante dat het beleid niet mag worden toegepast omdat zij het beleid niet kende treft geen doel. De Raad acht het, ook los van het beleid, alleszins redelijk dat het College in gevallen als de onderhavige, waarbij het gaat om tandartskosten van in totaal meer dan € 1.000,--, als voorwaarde stelt dat de noodzaak van de behandeling vooraf dient te worden vastgesteld aan de hand van een GGD-advies. Nu de behandeling reeds voorafgaand aan de aanvraag had plaatsgevonden, kon de noodzaak van de gemaakte kosten niet meer worden vastgesteld. De stelling van appellante dat zij al jarenlang gebitsproblemen heeft doet aan het vorenstaande niet af en brengt de Raad niet tot een ander oordeel.

4.5. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en A.B.J. van der Ham en C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2011.

(get.) C. Van Viegen.

(get.) R.L.G. Boot.

HD