Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU4637

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
10-5076 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering uitkering ingevolge de ZW. Voldoende zorgvuldig onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/5076 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 30 juli 2010, 09/1421 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.L.A. Thomas-Ackermann, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 23 september 2011 heeft mr. A. van Unnik, eveneens verbonden aan ARAG Rechtsbijstand, de gronden van het hoger beroep aangevuld en brieven van de orthopedisch chirurg dr. P. Emans van 19 mei 2011 en 19 juli 2011 ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Unnik. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J.M.H. Lagerwaard.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft vermeld. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 18 juni 2009 is appellante ingaande 19 juni 2009 uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) geweigerd omdat zij door de verzekeringsarts M.A.B.J. van Hoof geschikt werd bevonden voor haar, aan haar beperkingen aangepaste arbeid. Het bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 17 juli 2009 met verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts K. Corten van 16 juli 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar van 17 juli 2009 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts voldoende zorgvuldig is geweest en dat geen er geen aanknopingspunten zijn om te oordelen dat de medische situatie van appellante op de datum in geding, 19 juni 2009, niet juist is vastgesteld.

3. De Raad, oordelend over hetgeen appellante tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, overweegt als volgt.

3.1. Ingevolge artikel 19 van de ZW bestaat recht op ziekengeld indien de verzekerde wegens ziekte of gebrek ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Onder ’zijn arbeid’ wordt verstaan het laatstelijk voor de aanvraag van de arbeidsongeschiktheid feitelijk verrichte werk. Nu appellante laatstelijk werkzaam is geweest als administratief medewerker douane is deze functie terecht als maatstaf arbeid aangemerkt. Naar het oordeel van de Raad bestond bij het Uwv, getuige het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 16 juli 2009, voldoende inzicht in de aard en belasting van dat werk. Uit dit rapport komt naar voren dat het voornamelijk zittend werk betrof op een goede, aangepaste werkplek met voldoende mogelijkheid tot vertreden.

3.2. Hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan de rechtbank inzake de medische onderbouwing van het bestreden besluit. De Raad betrekt daarbij dat de verzekeringsarts telefonisch overleg heeft gepleegd met de behandelend psycholoog Houben, die zich volledig kon scharen achter de bevindingen en conclusie van de verzekeringsarts, zoals kenbaar gemaakt in de brief van 23 april 2009 van die verzekeringsarts aan voornoemde psycholoog. Voorts overweegt de Raad dat de huisarts J. Gilissen in de in beroep overgelegde brief van van 4 mei 2010 niet wezenlijk andere beperkingen noemt dan door de (bezwaar)verzekeringsarts zijn vastgesteld en in het bijzonder bij zitten geen beperking geeft. De Raad merkt tot slot nog op dat de in hoger beroep overgelegde brieven van de orthopedisch chirurg dr. Emans geen nieuw licht op de zaak werpen en met name geen aanknopingspunten bieden om te oordelen dat de knieklachten van appellante en de daaruit voortvloeiende beperkingen op 19 juni 2009 zijn onderschat.

3.3. Hetgeen hiervoor onder 3.1 en 3.2 is overwogen leidt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) N.S.A. El Hana.

TM