Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU4616

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
10-2410 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op ziekengeld. Appellant is geschikt voor het eigen werk. De Raad ziet geen aanleiding voor twijfel aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. Er is geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/2410 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 maart 2010, 09/3844 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M.M. Brouwer, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2011. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. Brouwer. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant was werkzaam als chauffeur, tevens medewerker in de tuinbouw gedurende 40 uur per week. Op 26 juni 2009 heeft hij zich ziek gemeld in verband met een operatie aan zijn neustussenschot op 18 juni 2009 en verder met vermoeidheidsklachten, en klachten van allergie en astma. Na medisch onderzoek op 17 juli 2009 heeft de verzekeringsarts appellant met ingang van 22 juli 2009 geschikt geacht voor zijn arbeid. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 17 juli 2009 beslist dat appellant met ingang van 22 juli 2009 geen recht meer heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW). Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv - in navolging van de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts neergelegd in diens rapportage van 29 september 2009 - bij besluit van 9 oktober 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank was daarbij van oordeel dat het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde onderzoek zorgvuldig is geweest en de getrokken conclusie kan dragen. De rechtbank heeft het standpunt van de (bezwaar)verzekeringsarts dat appellant per 22 juli 2009 geschikt is voor zijn werk onderschreven en heeft in de door appellant ingebrachte medische informatie van 15 februari 2010 van psychiater L.J.M. van Seggelen geen reden gezien voor twijfel aan het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. Wat betreft de ingangsdatum van de ziektewetuitkering heeft de rechtbank geoordeeld dat die datum niet is vastgesteld bij de in geding zijnde besluitvorming over de herstelverklaring, zodat dit punt buiten de omvang van het geding valt.

3. In hoger beroep herhaalt appellant zijn gronden in beroep en stelt hij voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de informatie van de psychiater geen reden was voor twijfel aan de medische grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank had volgens appellant een deskundige moeten benoemen. Appellant wijst er daarbij op dat hij in bezwaar al opgave heeft gedaan van zijn angstgevoelens en slecht slapen en dat de psychiater en de huisarts het aannemelijk achten dat appellant in juni/juli 2009 al depressief was. Verder is appellant van mening dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat, als er al wordt aangenomen dat er sprake was van een depressieve stoornis, op de datum in geding daarmee nog niet aannemelijk is gemaakt dat hij niet in staat was om arbeid te verrichten. De bezwaarverzekeringsarts heeft immers geen oordeel gegeven over de psychische belastbaarheid van de functie. Appellant stelt tot slot het niet eens te zijn met de ingangsdatum van de uitkering nu in bezwaar is komen vast te staan dat deze had moeten ingaan op 18 juni 2009.

4.1. De Raad overweegt op de eerste plaats dat de omvang van het geding is beperkt tot de vraag of het Uwv terecht heeft bepaald dat appellant met ingang van 22 juli 2009 geen recht meer heeft op ziekengeld. Hetgeen appellant heeft aangevoerd omtrent de ingangsdatum van de uitkering dient dan ook onbesproken te blijven.

4.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 19, eerste lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek recht op ziekengeld. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid.

4.3. In hetgeen door appellant in hoger beroep wordt aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De Raad neemt daarbij het volgende in aanmerking. Blijkens de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts R.A. Hollander van 29 september 2009 heeft deze appellant op 20 augustus 2009 gezien en onderzocht, en heeft hij de informatie van de huisarts van 29 juni 2009 en 4 september 2009 meegewogen. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant op basis daarvan in verband met de al langer bestaande thalassemie niet geschikt geacht voor zware fysieke arbeid. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant voorts in verband met de eveneens al langer bestaande CARA beperkt geacht voor arbeid waarin hij in contact komt met stof, gas, damp en rook. Op grond van de spanningsklachten heeft de bezwaarverzekeringsarts appellant aangewezen geacht op werk zonder conflicthantering, deadlines en hoog handelingstempo. De bezwaarverzekeringsarts heeft na weging van deze belastbaarheid met de belasting in het eigen werk de conclusie van de verzekeringsarts dat appellant geschikt is voor het eigen werk bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor twijfel aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts.

Met betrekking tot de in beroep overgelegde informatie van de psychiater Van Seggelen van 15 januari 2010 onderschrijft de Raad in dit verband de reactie van de bezwaarverzekeringsarts R.M.J. Janssens in diens rapportage van 1 februari 2010. De bezwaarverzekeringsarts heeft er daarbij op gewezen dat het standpunt van de psychiater dat de depressieve klachten van appellant retrospectief vanaf mei 2009 aanwezig zullen zijn niet is gebaseerd op eigen onderzoeksbevindingen aangezien hij appellant pas in oktober 2009 heeft gezien. Deze retrospectieve uitspraak berust dan waarschijnlijk op de anamnese die bij de intake op 17 september 2009 of later heeft plaatsgevonden. De Raad acht hierbij ook van belang dat de verzekeringsarts tijdens het onderzoek op 17 juli 2009, derhalve vlak voor de datum in geding, geen aanwijzingen voor psychopathologie en/of ernstige persoonlijkheidsproblematiek vond en ook bezwaarverzekeringsarts Hollander appellant op 20 augustus 2009 wel wat bedrukt, maar niet depressief vond. De Raad onderschrijft voorts het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts J.C. Weegink in de rapportage van 24 februari 2010 dat zowel de verzekeringsarts als de huisarts appellant in mei/juni 2009 hebben gezien en geen melding maken van psychopathologie bij appellant. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens overgelegd die tot een andersluidend oordeel zouden moeten leiden. De Raad ziet dan ook geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige.

4.4. Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) H.L. Schoor.

NK