Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU3485

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
10-6607 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Een medische urenbeperking wordt niet ondersteund door de medische gegevens. Geen pathologisch verhoogde slaapbehoefte noch een verstoring van het dag- en nachtritme of waak- en slaapritme.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6607 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 25 oktober 2010, 10/2165 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. drs. M.P.A. Thoonen, advocaat te Uden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Daarbij is een rapport van bezwaarverzekeringsarts mr. drs. E.J.M. van Paridon van 18 januari 2011 gevoegd.

Bij brief van 15 september 2011 heeft mr. Thoonen enige stukken in het geding gebracht, waaronder een brief van verzekeringsarts-medisch adviseur drs. A.A.L.T. Kraft, gedateerd 15 februari 2011.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is werkzaam geweest als schoonmaker. Op 8 februari 2008 heeft appellant zich na een val op het werk ziek gemeld voor dit werk.

1.2. Bij besluit van 1 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv zijn besluit van 19 januari 2010 gehandhaafd, waarbij is vastgesteld dat er voor appellant met ingang van 5 februari 2010 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan.

1.3. In beroep heeft appellant een verslag overgelegd, gedateerd 30 juli 2010, van Kraft. Voorts is overgelegd een brief van Kraft, gedateerd 3 september 2010. Kraft acht een urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week aan de orde als gevolg van de rugaandoening in combinatie met de gebruikte medicatie.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3. Namens appellant is in hoger beroep aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn chronische pijn- en vermoeidheidsklachten. Appellant acht een urenbeperking op zijn plaats.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Tussen partijen is in geschil of het Uwv terecht heeft beslist dat appellant met ingang van 5 februari 2010 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet WIA. Het geschil spitst zich toe op de vraag of er aanleiding is voor een arbeidsduurbeperking.

4.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant op zorgvuldige en juiste wijze is verricht. De Raad wijst erop dat de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage heeft vermeld dat een medische urenbeperking niet wordt ondersteund door de medische gegevens en dat bij appellant geen pathologisch verhoogde slaapbehoefte noch een verstoring van het dag- en nachtritme of waak- en slaapritme blijkt. In hoger beroep heeft de bezwaarverzekeringsarts in de rapportage van 18 januari 2011 nader uitgewerkt en toegelicht dat er geen aanleiding bestaat voor een urenbeperking. De bezwaarverzekeringsarts acht een causaal verband tussen de medicatie en de verhoogde slaapbehoefte niet aannemelijk.

De Raad is van oordeel dat de in hoger beroep overgelegde brief van Kraft van 15 februari 2011 geen reden geeft de beoordeling inzake de geclaimde urenbeperking voor onjuist te houden. Kraft heeft appellant niet onderzocht en geeft slechts aan dat nader onderzoek naar haar opvatting nodig is. Ook voor het inwinnen van nadere informatie als waarom door Kraft verzocht bestaat geen aanleiding. Uit de beschikbare medische informatie blijkt niet dat appellant rond de datum in geding onder behandeling was.

4.3. Uit hetgeen is overwogen onder 4.2 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2011.

(get.) J. Brand.

(get.) K.E. Haan.

TM