Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU3435

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
11/1272 WW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Gemachtigde heeft het griffierecht tijdig betaald maar hij heeft een kenmerk van een voorliggende nota vermeld. Als gevolg hiervan heeft hij in een andere bij de Raad aanhangige hogerberoepszaak het griffierecht dubbel betaald. Deze betaling is door de griffier van de Raad teruggestort. De Raad heeft aanleiding gezien (de gemachtigde van) appellante opnieuw in de gelegenheid te stellen het verschuldigde griffierecht te voldoen. Het griffierecht is vervolgens, binnen de gestelde termijn, voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/1272 WW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 januari 2011, 10/4254 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Datum uitspraak: 1 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van

25 mei 2011 heeft de Raad het namens appellante door mr. J. Biemond, advocaat te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 25 mei 2011 heeft mr. Biemond namens appellante verzet gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 25 mei 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van

11 april 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellante aangegeven dat hij het griffierecht op 8 april 2011 heeft betaald maar dat hij een kenmerk van een voorliggende nota heeft vermeld. Als gevolg hiervan heeft hij in een andere bij de Raad aanhangige hogerberoepszaak het griffierecht dubbel betaald. Deze betaling is door de griffier van de Raad teruggestort.

In hetgeen in verzet is aangevoerd, heeft de Raad aanleiding gezien (de gemachtigde van) appellante opnieuw in de gelegenheid te stellen het verschuldigde griffierecht te voldoen. Het griffierecht is vervolgens, binnen de gestelde termijn, voldaan.

Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 25 mei 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

DK