Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU3414

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
10-6438 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd dat appellanten niet in verzuim zijn geweest. Met de toezending van het hogerberoepschrift op de laatste dag van de beroepstermijn hebben appellanten bovendien het risico genomen dat het hogerberoepschrift niet binnen een week bij de Raad zou worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6438 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellanten], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2010, 09/4768 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellanten

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 1 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van

22 april 2011 heeft de Raad het door appellanten ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van 22 april 2011 hebben appellanten verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 september 2011, waar partijen – het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 22 april 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellanten niet in verzuim zijn geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 16 november 2010. Het hogerberoepschrift is op 16 november 2010 ter post bezorgd en op 29 november 2010 bij de Raad ontvangen.

Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een per post verzonden beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

In dit geval is het hogerberoepschrift op de laatste dag van de termijn ter post bezorgd en bijna twee weken na afloop van de termijn bij de Raad ontvangen. Het hogerberoepschrift is dus niet tijdig ingediend.

In het verzetschrift hebben appellanten geen feiten of omstandigheden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat zij niet in verzuim zijn geweest. Met de toezending van het hogerberoepschrift op de laatste dag van de beroepstermijn hebben appellanten bovendien het risico genomen dat het hogerberoepschrift niet binnen een week bij de Raad zou worden ontvangen.

Het verzet moet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

JL